‘De wereld staat in brand. Letterlijk. Als je kijkt naar wat er verstookt wordt en de lucht in gaat. Rook en smog van kolencentrales, van houtvuurtjes in Afrika, van bosbranden, van auto’s in steden, van ontdooiende moerassen. Maar meer nog figuurlijk. Voedselprijzen schieten omhoog, biodiversiteit daalt schrikbarend, oceanen plastificeren, het aantal weer-gerelateerde rampen stijgt onrustbarend, de Arabische wereld is in rep en roer, culturen en religies polariseren, migrantenstromen groeien, de werkloosheid onder jongeren is in veel landen torenhoog, de economie van de geïndustrialiseerde wereld is een puinhoop.’

(Door Marcel Hulspas, oorspronkelijk verschenen op sargasso.nl)

Goeiemorgen! De opening van het voorwoord van Gebroken Kringlopen laat er geen twijfel over bestaan. Dit is het zoveelste boek waarin het Einde der Tijden wordt voorspeld. En er valt niks meer aan te doen, constateert auteur Ronald Rovers. De goedwillende burger staat machteloos want de democratie is allang overleden: ‘de macht van het volk is overgegaan in de macht van de multinationals’. En toch schrijft hij even verderop: ‘We gaan anders leven en wonen, de rollen veranderen, prioriteiten veranderen.’ Heel mooi – maar wie zal dat nog levend meemaken?

Ronald Rovers is bouwecoloog, verbonden aan Wageningen Universiteit, Hogeschool Zuyd en de TU Eindhoven. Maar hij is bovenal natuurkundige (of beter, hij koketteert daarmee) en de fysica maakt dat hij buitengewoon weinig moet hebben van alle pogingen om de wereld te verbeteren. Hij haalt de zweep over ‘circulair denken’, of ‘de circulaire economie’,  ideeën die in zijn ogen helemaal niet circulair zijn. Écht circulair denken, daar heb je de natuurkunde voor nodig. En in dat licht is ‘circulair’ eigenlijk onmogelijk. (De lezer krijgt een lesje thermodynamica-voor-beginners.) Tegelijkertijd denkt hij vol weemoed terug aan de paradijselijke toestand (zoals hij letterlijk zegt) van vóór de industrialisatie, toen alle kringlopen (volgens hem) praktisch gesloten waren.

Maar die tijd is voorbij. We denken slim te zijn door te recyclen, of met allerlei technologische innovaties, maar dat is allemaal uitstel van executie. Zelfs de meest ‘succesvolle’ voorbeelden van recycling (Rovers komt het voorbeeld van aluminium drinkblikjes) zijn in wezen niet meer dan futiele pogingen. En innovatie is vrijwel uitsluitend gericht op het oplossen van problemen die de technologie zélf heeft veroorzaakt. En ze vreten op hun beurt weer energie en grondstoffen. We denken ‘recht’ te hebben op onze welvaart, en denken dat inzamelen, hergebruik en zonnepanelen de aarde gaan redden. Rovers maakt daar gehakt van. Volgens hem moeten we niet méér maar mínder technologie gebruiken. En dus minder energie en grondstoffen. Onze welvaart moet eraan geloven. Maar ja, dat willen we niet. En daar is de samenleving niet op ingericht. We willen welvaart, zekerheid, winst. Kortom, de wereld gaat eraan.

Rovers komt met scherpe voorbeelden, interessante inzichten en stimulerende dwarse visies. Hij fileert modewoorden, smijt gerespecteerde rapporten en onderzoeken in de hoek, en schampert om algemeen aanvaarde wijsheden. Zo háát hij de slogan People, Planet, Profit, vanwege die derde P, die er volgens hem helemaal niet bij hoort: ‘Profit werkt de andere twee P’s tegen.’ Rovers schrijft waar collega-deskundigen waarschijnlijk liever niet aan denken. Maar hij draaft ook geregeld door, sleept er van alles bij wat de lezer gemakkelijk kan missen, lijkt licht geobsedeerd door het fenomeen wasserette (zo efficiënt, en nog gezellig ook!) en hij laat zijn verontwaardiging iets te veel de vrije loop. Zo heeft hij een scherpe en regelmatig terugkerende afkeer van economen en economie – een ‘wetenschap’ die volgens hem geheel los staat van de fysische werkelijkheid omdat ze niet lijkt te beseffen dat de aarde eindig is, en die alleen maar bedoelt is om u te bestelen (p. 167):

‘U wordt om geld gevraagd, en waarschijnlijk ook nog om meer geld als iets zogenaamd duurzaam of biologisch is. U wordt voortdurend financieel uitgekleed, daartoe geraffineerd verleid door de ‘marketing’ die precies weet hoe u erin trapt. Dat is momenteel hun voornaamste reden van bestaan, geld verzamelen. Drinkt u nog flessenwater? Een van de best geslaagde trucs van de financiële marketing…’

En even verderop (171, 175):

‘Het blinde geloof van economen in het mechanisme van geld verdienen en winst maken is haast vergelijkbaar met de aanhangers van religies. Ze lijken beiden bang voor het hier en nu, om het leven te leven. (…) Beide, economische theorie en religie, zijn echter artificiële constructen zonder fysische grondslag. Ze vergeten dat de enige realiteit de aarde is, hier en nu. En niets anders.’

‘En net zoals een piramidespel, zo dooft die financiële economie uit, er zijn geen klanten meer te plukken, er zijn geen voorraden meer om aan te bieden. De schuld is bij beiden zo hoog opgelopen, dat het hele bouwwerk in elkaar dondert.’

Zeventig pagina’s (een hoop verontwaardiging en enkele waardevolle observaties) verder, wijst Rovers de diepste oorzaak van alle ellende aan:

‘Voor mij ligt de primaire fout in het systeem in het feit dat geld geen waarde heeft. De waarde van geld is nergens op gefundeerd. Het is slechts papier drukken, dat schuld creëert (…) Daar kun je aan sleutelen wat je wil, maar het uitgangspunt blijft verkeerd.’

Maar hij had beloofd dat prioriteiten zouden veranderen. Hoe dat gaat gebeuren, wordt niet duidelijk. Maar hij weet wél hoe we straks noodgedwongen zullen leven. Als Cubanen (p. 338):

‘In mijn lezingen gebruik ik vaak vergelijkingen tussen landen, en Cuba komt er steevast naar voren als een van de duurzaamste en meest ontwikkelde landen. Hoe zit dat? Hebben ze het dan net zoals bij ons? Nee, bij lange na niet, zoals ik kon ervaren. Tenminste, niet in materiële zin. Maar wel anders: met gratis onderwijs, gratis gezondheidszorg, een klein en gelijk inkomen voor iedereen en iedere maand een voedselvoorraad. Klein, maar desalniettemin. En ze hebben een rustig geweten, want nauwelijks bijgedragen aan klimaatverandering of uitputting van grondstoffen. En ze zijn, zo mocht ik regelmatig ervaren, inderdaad redelijk gelukkig, zeer sociaal en muzikaal.’

Ziedaar. Wat Rovers betreft wordt de wereld één groot Cuba. En worden we arm maar redelijk gelukkig.

Ronald Rovers, Gebroken kringlopen, Uitgeverij Eburon, 371 blz. 24,50.