The Economist had vóór het 20ste congres van de Chinese CP een Special over ‘de wereld die China wil’. In detail legt het Britse weekblad uit hoe het denkt dat China de wereldorde naar haar hand wil zetten. Het Chinese motto: nationale soevereiniteit is belangrijker dan de individuele rechten van de mensen die er wonen. China ondergraaft zo de wereldorde van na de Tweede Wereldoorlog met bijvoorbeeld over mensenrechten bindende afspraken. China speelt het spel subtiel, de vrije wereld is in het defensief gedrongen. Aldus The Economist.

(Door Frank Slegers, overgenomen van uitpers)

Bladzijden lang zet het tijdschrift gedetailleerd uiteen hoe China tewerk gaat. Al vlug bekruipt de argeloze lezer het gevoel dat het dringend tijd wordt dit China te stoppen. De linkse (en dus niet argeloze) lezer bekruipt een ander gevoel: hoezo, een wereldorde waarin mensenrechten en democratie de norm waren?

Van de weeromstuit kan dit sympathie wekken voor het Chinese standpunt. Gaan we niet te ver in onze solidariteit met de Oeigoeren? Spelen we zo niet in de kaart van het Westers offensief tegen China, zoals The Economist dat onderbouwt in haar Special? Moeten we niet eerder ‘de-escaleren’?

Beeldvorming

In de Westerse beeldvorming over China speelt momenteel Xi Jinping een belangrijke rol. Meer dan ooit lijkt China een eenpartijstaat, onder leiding van één onbetwiste leider: een afschrikwekkend beeld, en een reden tot bezorgdheid. Tot voor kort kregen diverse facties, bijvoorbeeld die van voormalige partijleiders, een plekje in de Chinese leiding. Dat zorgde voor continuïteit, overleg, maakte koerscorrecties makkelijker, of zorgde voor zondebokken als het mis ging. Wat staat ons nu te wachten? Is China sowieso in staat van koers te veranderen? Indien niet, is de botsing met het Westen dan onvermijdelijk?

Verschillende recent verschenen boeken beschrijven hoe de Chinese Communistische Partij (CCP) werkt. Ze worden gemobiliseerd in lopende debatten over de koers van de CP, over de vraag of die kan veranderen, en wat dat betekent voor het Westen?

Ontsnapt aan de shockdoctrine

Isabella Weber schreef met How China escaped Shock Therapy een fijn boek over de debatten in de CP in de jaren 1980 na het overlijden van Mao, over de invoering van marktmechanismen. De keuze die voorlag was volgens Weber de volgende: alle prijzen in het geheel van de economie in één klap vrijlaten, met alle ellende die erbij hoort, en hopen dat de markt het oplost; of een twee-prijzen beleid, waarbij de staat aanvankelijk de doorslaggevende sectoren en essentiële goederen blijft reguleren, terwijl de prijzen worden vrijgemaakt vanaf de rand van de economie, voor niet-essentiële goederen en voor meerproductie boven levensnoodzakelijke niveaus.

Weber beschrijft dit debat minutieus en in detail: de verschillende denkrichtingen, de rol van allerlei instituten, hoe politieke leiders hier mee omgingen, de rol van ‘specialisten’ van de Wereldbank en uit Oost-Europa die de shock therapie bepleitten,… hoe de vrijlating van prijzen getest werd, hoe dit leidde tot inflatie en sociale onrust en dus weer werd teruggedraaid, en toch maar teruggegrepen naar de beproefde trial and error methode (in de Chinese beeldspraak: als je een rivier wil oversteken, eerst een steen leggen, kijken wat er gebeurt, dan de volgende leggen).

De rijkdom van het debat doet denken aan de debatten in de Sovjet-Unie in de jaren 1920, maar is, voor zover ik weet, bij ons veel minder bekend.

Het boek is best zwaar om te lezen, want elke conferentie en elk gesprek wordt minutieus weergegeven. Ik ken talrijke mensen die daarop zijn afgehaakt. De lezer is verwittigd.
Is China zo ontsnapt aan de shockdoctrine? Hoe belangrijk waren die academische debatten? Verklaart dit waarom de ontwikkeling van China en Rusland zo uit elkaar liep? Natuurlijk speelden ook andere factoren een rol. Ik heb daar in een eerdere boekbespreking in Uitpers al wat elementen voor aangedragen (*1).

Maar na het lezen van dit boek denk je nooit meer aan de CP als een monoliet of een verzameling machtswellustige facties die niets anders doen dan elkaar bestoken. Er werd veel gedebatteerd, en Isabella Weber geeft je een inkijk alsof je er zelf bij bent.
Isabella Weber geeft economie aan de Universiteit van Massachusetts. Het eerste deel van het boek geeft een achtergrond over eerdere ervaringen in China en elders met prijsbeleid in crisissituaties. Weber is een specialist die ook in actuele debatten van zich laat horen.

Tegenover het beleid van de centrale banken die bewust aansturen op een recessie om de inflatie de kop in te drukken, bepleit al een tijdje een prijsplafond specifiek voor die producten die de inflatie aandrijven, zoals gas en olie, gekoppeld aan overheidsinvesteringen in die sectoren waar het aanbod vastloopt. Eerst weggehoond in haar geboorteland Duitsland krijgt zij nu uit vele hoeken steun, en gaat het Duitse beleid met prijsplafonds alsnog de richting uit die zij voorstelde.

China na Mao

Een boek dat chronologisch aansluit op het vorige boek is China na Mao van Frank Dikötter. Frank Dikötter geeft les aan de Universiteit van Hong Kong.

Zijn benadering is anders dan die van Weber. Waar Weber zich in de hoofden van de Chinese leiders verplaatst om te kijken met welke problemen zij geconfronteerd werden, en hoe zij die probeerden op te lossen, is dit niet besteed aan Dikötter. Hij heeft een diepe minachting voor het Chinese regime, zo niet haat. De superioriteit van de markt spreekt voor hem vanzelf, alle problemen hebben de Chinese leiders enkel aan zichzelf te danken.

Tegelijk is Dikötter een wetenschapper die zijn onderwerp kent en stevig documenteert (maar niet zo overdadig en dus leesbaarder dan Weber). Het boek is zeker geen oppervlakkig propagandastukje. Integendeel, omdat de auteur zijn visie niet onder stoelen of banken steekt, en tegelijk zijn verhaal grondig onderbouwt.

Dikötter is overtuigd dat er ten gronde nooit iets verandert in China: het enige doel van de partij door alle koeswijzigingen heen, die niets anders zijn dan improvisaties in reactie op eerdere fouten, is zichzelf in stand te houden, en de markt onder controle. Xi Jinping zal wat dit laatste betreft Dikötter niet tegenspreken… Het boek van Dikötter lijkt daarom gefundenes fressen voor al wie het Westen wil waarschuwen voor de Chinese dreiging.

Het boek is inmiddels in het Nederlands vertaald, maar wie op de kleintjes moet letten is goedkoper af met het origineel in het Engels.

Fractured China

Dat in China alles verandert en toch hetzelfde blijft, is volgens weer andere auteurs een mening die te veel focust op de top van de CP. Is er wel zoiets als eengemaakt beleid? De auteurs van Fractured China denken van niet: de nationale partijleiding, de regio’s, de sectoren, de bedrijven, ze hebben allemaal een eigen beleid, dat zichzelf best vaak tegenspreekt. De omvorming van de Chinese Staat, een gebroken staat, heeft als gevolg dat je niet meer op dezelfde manier naar China kan kijken als voorheen.

De auteurs geven het voorbeeld van het Koreabeleid van China. China werkt mee aan internationale sancties tegen Noord-Korea als reactie op het nucleair programma van dat land. Dat Chinese beleid zie je wel degelijk terug in allerlei statistieken over de relatie tussen beide landen. Of toch niet? Want er zijn andere statistieken die wijzen op groeiende economische samenwerking. Chinese bedrijven die in de buurt van Noord-Korea gevestigd zijn blijken zich inderdaad niets aan te trekken van exportbeperkingen, en doen maar wat graag een beroep op de goedkope en meer gedisciplineerde arbeidskrachten uit het buurland. Bewijst dit dat de Chinese overheid spreekt met gespleten tong? Volgens de auteurs niet: de betrokken bedrijven hebben lak aan de orders uit Peking, en hebben een eigen agenda. Peking kan daar niets aan doen.

De auteurs spitten drie Chinese beleidsterreinen uit om hun punt te onderbouwen: kijk verder dan Xi Jinping en zijn ploeg als je wil begrijpen welke kant China uitgaat.

China watchen

Zo verschijnt het ene boek na het andere over China. China watchers onderzoeken de kleinste aanwijzing om te ontdekken welke koers wordt uitgezet in de geheime cenakels van de CP. De boeken moeten daarbij helpen. Hoe werkt de CP? Wie bepaalt de koers? Wat gaat er gebeuren? Het zijn vragen die ook ons zeker moeten bezighouden. De drie besproken boeken zijn alle drie het lezen waard.

Links kan aan deze boeken zijn eigen vragen stellen, en hoeft zich niet te laten opsluiten in de vraag welk kamp je steunt, of waar het ‘vrije Westen’ het best bij gebaat is, de confrontatie met China of de samenwerking? Ons probleem is anders, hoe in een wereld gedomineerd door de confrontatie tussen het Westen en China ruimte te scheppen voor linkse alternatieven. Ook daarbij kunnen deze boeken helpen, want een andere wereld kan natuurlijk niet zonder China en de ervaringen die daar werden en worden opgedaan.

(*1) China’s Rise: Strenght and Fragility , van Au Loong Yu. Zie op uitpers

Isabella M. Weber, How China escaped Shock Therapy, The Market Reform Debate, Routledge, 2012
Frank Dikötter, China after Mao, The Rise of a Superpower, Bloomsbury, 2022
Lee Jones en Shahar Hameiri, Fractured China, How State Transformation is Shaping China’s Rise, Cambrigde University Press, 2021