In 1967 schreef de Franse situationist Guy Debord (1931-1994)) zijn boek getiteld De spektakelmaatschappij (in Nederlandse vertaling Online). Om de gedachtewereld van deze revolutionaire auteur beter te begrijpen heeft Antoine Silveri voor het Franse tijdschrift Le Comptoir  met de jonge Franse filosoof Bertrand Cochard een vraaggesprek gehad. Volgens Cochard zou het begrip ‘spektakel’ ons kunnen helpen de problemen van onze hedendaagse samenleving beter te begrijpen. Hieronder de bekorte vertaling van dit vraaggesprek. [ThH]

(Bron: Libertaire Orde, foto: still van film Spektakelmaatschappij van Guy Debord uit 1973)

Le Comptoir:  ‘Veel lezers van Debord gebruiken de term ‘spektakel’ zonder het echt te begrijpen. Wat is volgens u de meest voorkomende misinterpretatie?’

la societe du spectacle

Bernard Cochard:  ‘De belangrijkste verwarring bestaat erin dat het spektakel verwijst naar de hegemonie van de media in de publieke sfeer of naar de opkomst in de 20e eeuw van een maatschappij van het ‘Beeld’ [‘in den beginne was het Woord’, of niet soms?; zie Johannes 1:1-18; thh.]. Die beeld-interpretatie is niet geheel onjuist, maar Debord wijst erop dat de macht van de beelden of de macht van de media slechts de meest oppervlakkige manifestatie is van het spektakel.’

Le C.:  ‘Kun je het concept ‘spektakel’ uitleggen?’

B. C.:  ‘[..] In de jaren vijftig namen de situationisten de kritiek van de Duitse dichter en toneelregisseur Bertolt Brecht (1898-1956) over en breidden die uit tot het sociale leven in het algemeen. We zouden allemaal toeschouwers zijn geworden, weggehouden van een leven dat als begeerlijk wordt voorgesteld. Het is wat de maatschappij ons opdringt om ons te identificeren niet langer met helden, zoals in de klassieke tragedie, maar met sterren, beroemdheden of politici. Doel ervan is de existentiële passiviteit te compenseren.

In de jaren zestig werd het begrip ‘spektakel’ gepolitiseerd om te verwijzen naar een nieuwe vorm van kapitalisme. Het kapitalisme probeert altijd meerwaarde te creëren, wat leidt tot crises van overproductie. Deze handelswaar drijft ertoe nieuwe geografische gebieden te koloniseren om de overproductie te verkopen. Na een tijdje valt er niets meer te veroveren, althans vanuit ‘ruimtelijk’ oogpunt bezien.

Het spektakel is het moment waarop het kapitalisme, om de in overmaat geproduceerde koopwaar te kunnen verkopen, onze verbeelding is gaan koloniseren [we zijn deel van het spektakel geworden; thh.]. Dit tweede begrip heeft tot doel de economische en sociale vorm aan te duiden die het kapitalisme in het hedendaagse tijdperk heeft aangenomen.’

Na een verwijzing naar het Antieke tijdperk verbindt Bernard Cochard er de tussenconclusie aan: ‘Ons tijdperk is niet beter: de spectaculaire tijd is een tijd die onderbroken wordt door handelswaar, het eeuwige heden van de consumptie. Het spektakel verbergt het historische karakter van de tijd. Wij zijn machteloze toeschouwers van een geschiedenis die zonder ons wordt gemaakt.’

Le C.:  Guy Debord bedacht een concept van spel, dat hij afzette tegen de vrijetijdsindustrie. Wat mag het verschil zijn tussen die twee?

bertrand cochard guy debord et la philosophie

B. C.:  ‘Vrije tijd is een manier voor de arbeider, die uitgeput is in het productieproces, om de energie die zijn of haar werk uit hem of haar heeft weggezogen te herstellen. Dit alles door het consumeren van goederen en spektakels die hem of haar wegvoeren van zijn of haar eigen leven. Vrije tijd is een vorm van ‘actieve passiviteit’ die essentieel is voor de instandhouding van het… marktsysteem. Spel daarentegen is voor de situationisten een manier om op een niet-marktconforme manier ritme te geven aan de tijd door intense ervaringen te beleven.

Het risico zou zijn dat het kapitalisme zich de smaak van het spel opnieuw zou toe-eigenen voor commerciële doeleinden. Voor de situationisten gaat het erom, door middel van een revolutie de spectaculaire marktmaatschappij ten val te brengen. Anders zal, zoals wij met mei ’68 hebben gezien, elke vernieuwing of nieuwe subversie door het marktsysteem worden teruggewonnen.’ [..]

Le C.:  ‘Maakt het situationistische denken het ons mogelijk onze hedendaagse samenleving te begrijpen?’

B. C.:  ‘Het is belangrijk terug te keren naar het situationistische denken als we zien dat het spektakel niet dood is. De maatschappij die de situationisten bekritiseerden is zich sinds 1967 blijven ontwikkelen. Guy Debord begreep bijvoorbeeld dat het zeer kwalijk was om vrije tijd te zien als tijd die ‘bevrijd’ zou zijn door werk (je moet zoveel dagen werken om van betaalde vakantiedagen te kunnen genieten, alsof werken vrije tijd zou ‘produceren’). Vrije tijd wordt dan gezien als tijd die is bevrijd, die met moeite is gewonnen, en die daarom moet worden gebruikt en gevuld met amusement.

Een van de centrale problemen van onze beschaving is het gevoel dat we niet genoeg tijd hebben, dat we onze tijd niet op een authentieke manier beleven.’

Le C.:  ‘Dus onze vrije tijd wordt opgeslokt (‘vampirisé’) door het spektakel?’

B. C.:  ‘Precies. Guy Debord legt uit dat het probleem met vrije tijd is dat die, in een warenmaatschappij, wordt bepaald (‘rythmé’) door handelswaar. Om een voorbeeld te geven: als je je afvraagt wanneer het laatste seizoen van je favoriete serie uitkomt, wordt je vrije tijd heel concreet bepaald door handelswaar. Dit geldt ook voor feestdagen, Kerstmis, Pasen, enz. Onze vrije tijd is spectaculair omdat hij wordt doorspekt met goederen. Dit werd pas duidelijker na de jaren 1960.

Als uitgeputte werknemers naar huis gaan, aan een Netflix-serie beginnen en sushi bestellen bij Deliveroo, vertonen ze gedrag dat Debord bekritiseerde in De spektakelmaatschappij. Hij geeft ons instrumenten om onze vervreemding te begrijpen.

Dit brengt Debord’s gedachte terug tot iets zeer filosofisch: als je mensen vraagt na te denken over wat er mis is met onze maatschappij, zullen ze verschillende fenomenen opnoemen. We kunnen bijvoorbeeld kritiek leveren op de toenemende invloed van beelden, de ecologische crisis of identiteitsspanningen. Maar dit alles blijft chaotisch in ons denken omdat het onafhankelijke fenomenen zijn. Het concept van het spektakel maakt het mogelijk deze verschijnselen te verenigen.’

Le C.:  ‘Hoe kan het spektakel alles verklaren?’

cocard

(Foto van Universiteit Nice)

B. C.:  ‘Het spektakel verklaart niet alles. Ik heb een aantal verschijnselen opgesomd die met behulp van dit concept kunnen worden verklaard. Debord meent dat deze verschijnselen in verband staan met de handelswaar en dus met het kapitalistische systeem waarin wij leven. Om over identiteitsspanningen te spreken, legt Debord uit dat de tegenstelling tussen mensen op grond van hun geslacht of etniciteit alleen bedoeld is om het feit te maskeren dat we allemaal vervreemd zijn door het warenstelsel.

Deze tegenstellingen, hoe belangrijk ook, verhullen wat ons allen zou moeten interesseren: de omverwerping van het marktsysteem. Wat ons verenigt is het feit dat we allemaal gescheiden zijn van de historische tijd.’

Le C.:  ‘Moeten we ons alleen richten op het kapitalisme en andere vormen van overheersing negeren?’

B. C.:  ‘Ik zou niet zeggen dat we ons met dat laatste niet moeten bezighouden. Ik denk dat het zelfs belangrijk is om dat te doen. Maar zonder te vergeten dat achter het merendeel van de huidige vormen van overheersing dezelfde maatschappij schuilgaat die deze vormen voortbrengt, en dat het deze maatschappij is die in haar geheel moet worden omvergeworpen. In intersectionaliteit tonen velen aan dat er een kapitalistische structuur achter de vormen van overheersing zit.

Ik denk meer aan de discours die in de media of door verschillende politici worden gehouden en waarin wordt gezegd dat de huidige sociale problemen verband houden met immigratie. Zij doen valse tegenstellingen herleven, terwijl het er voor Debord om gaat het handelsstelsel omver te werpen, om een einde te maken aan een infrastructuur die ons naar onze eigen zelfvernietiging leidt, zelfs vanuit ecologisch oogpunt.

De media vestigen onze aandacht op pseudogebeurtenissen die de realiteit van het productivistische systeem verhullen. Doorlopende nieuwskanalen produceren een eeuwigdurend heden. Het is dus onmogelijk zin te geven aan wat we meemaken. Ons bewustzijn wordt bepaald door de actualiteit, geïnstalleerd in een eeuwigdurend heden, wat elke kritiek onmogelijk maakt, omdat kritiek zich in de tijd ontvouwt.’

Antoine Silveri (vertaald en bekort door Thom Holterman; het artikel is integraal te vinden op de site van Le Comptoir; zie Online).