Tweede recensie in een lange reeks van het werk van John Cale. Gewoon omdat we fan zijn. De tweede plaat van John cale, nadat hij  de Velvet Underground had verlaten, is wederom een vreemd product. Een samenwerking met de experimentele organist/pianist/componist Terry Riley waar slechts vier lange instrumentale nummers op staan. En een lied met tekst, van John Cale maar niet door hem gezongen.

(Zie recensie eerdere werk hier)

De plaat kwam in 1971 uit bij CBS (Columbia). Terry Riley had twee jaar eerder een tamelijk succesvolle experimentele plaat gemaakt, A Rainbow in Curved Air vol bizarre geluidjes, tapeloops en lang aangehouden saxofoondronegeluiden. Je moet ervan houden, maar het schijnt veel invloed gehad te hebben op latere elektronische rock-groepen.

John Cale kwam uit de geruchtmakende Velvet Underground, en had ook een achtergrond van klassieke experimentele muziek. De combinatie tussen de twee klinkt veelbelovend. In de praktijk viel het tegen. Naar verluidt hield Riley er na een paar dagen mee op omdat Cale er in de studio maar lagen gitaar overheen bleef monteren. Hij (Riley) vond dat zijn eigen orgelspel erdoor verdrongen werd. In 2014 werd er een remastered versie uitgebracht op cd (maar wij houden het natuurlijk bij de originele plaat). Jaren later hebben ze nog geprobeerd een nieuwe versie te maken, maar dat ging uiteindelijk niet door toen bleek dat Cale niet wilde spelen maar alleen wilde produceren. (wikipedia)

Toch is de plaat interessant. Anthrax betekent overigens miltvuur.  ‘Minimalism spiked with broken glass’ volgens een van de recensies. De muziek is grotendeels bij de opname geïmproviseerd. Naast de twee muzikanten zijn vooral de twee drummers die ingehuurd werden geweldig bezig op de plaat. Op de hoes worden ze niet eens vermeld, Bobby Gregg (van oa The Band) and Bobby Colomby (van Blood, Sweat & Tears)

Uitleg van John Cale over de plaat: (bron) Anthrax was just an improvised gig with Terry. He got disillusioned i think, in the middle of mixing. It turned into a real mixing album. A lot of hard work went into that album but Terry felt he was being obscured. 

De plaat begint met Church of Anthrax, ruim 9 minuten waar de lp naar vernoemd is. Pink Floydachtige klanken, met jazz-invloeden, pompend orgeltje en uit zijn dak-drummer.

The Hall of mirrors in the palace of Versailles
8 minuten. Veel minder strak dan het eerste nummer en hier wordt duidelijk geïmproviseerd, op een basis van monotoon pianospel, soort free jazz van orgel en saxofoon.

Kant twee:

back john cale church of anthrax with terry rileyThe Soul of Patrick Lee
Geschreven door John Cale, maar gezongen door de, verder veelal onbekend gebleven en niet op de hoes vermelde Adam Miller. Hij maakte een jaar later een soloplaat en schijnt nog gezongen te hebben op tv in Sesam Straat... John Cale schreef het nummer en de surrealistische tekst, waar niet veel van te bakken is. Navenant is de uitgebreide tekst die Cale op de achterkant van de LP schrijft. (klik op plaatje voor grotere versie). Een dreigend landschap vol onbegrijpelijke rampen, maar het klinkt geweldig. Toch lijkt het of je een parodie op een diepzinnig lied aan het beluisteren bent. En wie Patrick Lee was, heb ik ook niet kunnen uitvinden.

Ides of March is weer helemaal instrumentaal. Hier gaat het om de wisselwerking tussen twee drummers en een razende piano. met de groeten van Steve Reich En dat 10 minuten lang.
De titel: Idus van Maart, 15 maart, een belangrijke religieuze dag bij de Romeinen

Het afsluitende The Protege klinkt dan weer aardig pop, en is kort. We horen er al die typische Calesiaanse basisdreun in, maar het eindigt met een kenmerkende kras in je oor. 

De plaat is hier integraal op youtube te vinden.

Terry Riley is inmiddels een vermaard componist en muzikant en treedt nog steeds op. Zijn muziek is onder andere terug te vinden in computergame Grand Theft Auto IV. Maar hij componeerde voor the Kronos Quartet en wordt beschouwd als de voornaamste erfgenaam van Karlheinz Stockhausen.

In het gehele uitgedijde oeuvre van John Cale is dit een behoorlijk buitenbeentje. Het echte rockgeweld moet dan nog komen, maar daar komen we later vanzelf terecht. Volgende keer nummer drie van meneer Cale, The Academy in Peril. Ook behoorlijk wierd. Daarna begint het pas echt...

En nogmaals: alles (werkelijk alles) over John Cale is te vinden op deze website van een Nederlandse fan