Het centrale mysterie van onze tijd is waarom, op een moment dat het hele politieke en sociale systeem uit de hand loopt en in totale chaos verkeert, niemand in staat lijkt zich een alternatief voor te stellen. Het economisch systeem levert niet het goede leven dat het ooit beloofde, maar creëert in plaats daarvan chaos en ontberingen voor miljoenen. Ondertussen profiteren degenen die verantwoordelijk zijn voor het systeem massaal van die chaos en voeden zij zich met de onzekerheid. En de politieke klasse is verslaafd aan een economische theorie die absurd en corrupt is geworden.

(Door Adam Curtis Adam Curtis is een Britse documentairemaker (oorspronkelijke tekst (Engels): The Guardian, 12 oktober 2022, vertaling Menno Grootveld, wereldbrand.nl)

Ik heb net TraumaZone gemaakt, een serie films over een andere tijd waarin dit ook is gebeurd. Dat was in Rusland in de jaren negentig, na de ineenstorting van het communisme. De verantwoordelijken begonnen een experiment om een extreme vorm van kapitalisme te creëren. Ik heb deze serie gemaakt omdat ik denk dat wij in het Westen niet begrijpen wat de Russen destijds hebben doorgemaakt: een cataclysme dat de fundamenten van de samenleving verscheurde.

De films zijn gemaakt met behulp van een unieke bron: duizenden uren onbewerkt beeldmateriaal dat destijds door BBC-ploegen in Rusland is opgenomen, maar waarvan een groot deel nooit eerder is gezien. Wat het zo bijzonder maakt, is dat het de ervaringen van Russen op elk niveau van de samenleving vastlegt op het moment dat hun wereld in elkaar stortte: van het Kremlin tot de bevroren mijnsteden in de poolcirkel, van het leven in de kleine dorpjes op de uitgestrekte steppen tot de vreemde oorlogen die werden uitgevochten in de bergen en bossen van de Kaukasus.

Toen ik de beelden voor het eerst bekeek, besloot ik dat ik mijn stem niet moest gebruiken of er muziek overheen moest plakken. Het materiaal was zó sterk dat ik me er niet in wilde mengen, maar de kijkers gewoon wilde laten ervaren wat er is gebeurd, want het is hieruit – de woede, het geweld, de wanhoop en de overweldigende corruptie – dat Vladimir Poetin naar voren is gekomen. Maar terwijl ik de films maakte, zag ik door de toenemende chaos hier in Groot-Brittannië parallellen. Er zijn natuurlijk grote verschillen tussen onze samenleving en het Rusland van dertig jaar geleden, maar hoe meer je te weten komt over het extreme economische experiment daar en ziet wat nu hier gebeurt onder de huidige regering, des te meer je erachter komt dat beide experimenten zeer vergelijkbare wortels hebben die niets te maken hebben met kapitalisme of communisme.

Een aanwijzing hiervoor schuilt in de man die Rusland het experiment met de ʻschoktherapieʼ oplegde. Zijn naam was Yegor Gaidar en hij was afkomstig uit het hart van het communistische establishment. Zijn grootvader was de beroemdste schrijver van kinderboeken in de Sovjet-Unie, en Gaidar was getrouwd met de dochter van een van de gebroeders Strugatsky, sciencefiction-schrijvers die de roman schreven waarop de film Stalker is gebaseerd. Deze econoom, die waarnemend premier zou worden, wilde in Rusland een perfect kapitalistisch systeem creëren. Hij moest dat snel doen, zei hij, om te voorkomen dat het communisme ooit zou terugkeren. In één klap schafte hij alle prijscontroles af, terwijl de regering elke poging om het systeem te beheren opgaf. Het doel, zei Gaidar, was een nieuwe zone van perfecte vrijheid te creëren waarin het systeem, ondanks de aanvankelijke pijn, zijn eigen natuurlijke evenwicht zou vinden.

Maar als je beter kijkt, zie je dat zijn plan weinig te maken had met vrijheid. Het kwam in feite voort uit een vreemde, machine-achtige visie op de wereld, gedreven door pseudo-wetenschappelijke ideeën. Gaidar geloofde dat door op extreme schaal ʻvrije marktkrachtenʼ los te laten, deze zouden fungeren als ʻmarktprikkelsʼ die mensen dan automatisch tot ʻrationeleʼ gedragspatronen zouden leiden. In werkelijkheid was het een simpele technologische fantasie die ten doel had mensen om te vormen tot het juiste soort wezens om het nieuwe systeem te laten werken. In die zin was het het omgekeerde van het oorspronkelijke Sovjet-plan. Het was nog steeds een manier om gedrag te controleren via hefbomen, maar dan op een andere manier.

En het werkte niet. Het leidde tot totale chaos.

De huidige Britse regering onder Liz Truss heeft onlangs haar eigen experiment met extreem kapitalisme aangekondigd. De wortels van dit idee liggen bij de beroemde Oostenrijks-Britse econoom Friedrich Hayek. Zowel rechts als links zien hem als de man die het brein was achter de terugkeer van de vrije markt, hetgeen men ʻneoliberalismeʼ noemt. Maar ik denk dat Hayek, die een grote invloed had op Gaidar, eigenlijk veel vreemder was dan dat.

Hayek geloofde dat de economie de sleutel was tot de toekomst van de wereld, omdat zij regeringen zou weerhouden van het bedenken van nieuwe soorten samenlevingen. Hij schreef een boek, The Road to Serfdom, waarin hij stelde dat het in het nieuwe tijdperk van de massa onmogelijk was miljoenen mensen een visie op de toekomst op te leggen zonder dat dit tot verschrikkingen zou leiden – zoals bij het fascisme en het communisme was gebeurd. In plaats daarvan had Hayek een epische visie waarin miljoenen mensen samen een stabiel sociaal systeem zouden creëren door de signalen die zij elkaar gaven. De kern daarvan was het prijssysteem. Regeringen zouden zich op de achtergrond moeten houden en de prijzen niet mogen controleren, maar in plaats daarvan zouden zij een ʻspontane ordeʼ zonder centrale controle moeten toestaan. De mensen, niet de politici, zouden samen als ʻeconomische actorenʼ de nieuwe maatschappij creëren.

Tot dan toe was de economie ook wel belangrijk geweest voor regeringen, zij het louter als instrument om de samenlevingen te helpen beheren die politici wilden opbouwen. Maar in 1979, toen Margaret Thatcher aan de macht kwam, begon zij een experiment dat de economische logica in het hart van het politieke systeem bracht. Het probleem was dat het bijna onmiddellijk verkeerd afliep. Het zorgde niet alleen voor enorme inflatie, maar was ook een van de belangrijkste redenen voor de de-industrialisatie van de Britse samenleving. Zoals haar voornaamste adviseurs hebben erkend, gaf Thatcher het experiment al snel op en wendde zij zich in plaats daarvan tot de banken om mensen geld te lenen. En een golf van goedkoop geld en schulden onttrok de problemen aan het oog, tot de financiële crash van 2008.

In werkelijkheid hadden de grootse ideeën van Gaidar en Hayek weinig te maken met ideeën over de vrije markt. Ze waren eigenlijk geworteld in de oude droom uit de negentiende eeuw dat wetenschap en rationele systemen op grote schaal konden worden gebruikt om de politiek te vervangen, omdat daardoor de menselijke rommeligheid en onzekerheden vermeden zouden kunnen worden die de politiek voortdurend uit koers duwen. In feite was het systeem dat Gaidar wilde vervangen – het Sovjetplan – eveneens geworteld in die pseudowetenschappelijke dromen. Het had in ieder geval weinig te maken met communisme.

In de jaren dertig viel in de Sovjet-Unie onder Stalin de oude ideologie weg, om te worden vervangen door een gigantisch experiment. Mensen werden teruggebracht tot onderdelen van een systeem dat op een rationele manier kon worden beheerd, met voorspelbare resultaten. Die ideeën floreerden ook in het Amerika van de jaren dertig. Daar kwam een massabeweging genaamd ʻtechnocratieʼ op. Honderden mannen en vrouwen, ʻrationeelʼ gekleed in grijze outfits, trokken door de VS en riepen op tot wat zij een ʻTechnateʼ noemden, een nieuw soort maatschappij die rationeel geleid zou worden door technologen. Een van de leidende figuren was de grootvader van Elon Musk.

Maar al deze bewegingen waren in werkelijkheid het product van een bizarre overreach van de wetenschap die probeerde het politieke domein in te palmen en te koloniseren. En in werkelijkheid mislukken deze experimenten altijd. Of het nu in de Sovjet-Unie was, of in het Engeland van de jaren tachtig, of onder Gaidars schoktherapie, of nu met Liz Truss, ze creëren nooit een rationeel systeem, maar eigenlijk het tegenovergestelde: een systeem dat steeds ongelijker wordt en openstaat voor uitbuiting door een kleine elite. En er zijn geen politieke hefbomen om die elite te stoppen.

In Rusland tonen de filmbeelden momenten die de angstaanjagende snelheid weergeven waarmee de kloof tussen arm en rijk zich openbaarde. Duizenden hadden niets te eten en konden de verwarming niet betalen, terwijl de gezondheidszorg om hen heen instortte. Het verbijsterde winkelende publiek krijgt te horen: ʻEr zijn geen aardappelen in Moskou,ʼ terwijl de nieuwe elite uitgebreide achttiende-eeuwse dansfeesten organiseert in oude paleizen buiten Sint-Petersburg.

We zien het meedogenloze eigenbelang van managers en gangsters, terwijl ze steeds meer manieren ontdekken om de falende staat te plunderen, met machines in de ʻbankenʼ van de oligarchen die eindeloos miljoenen roebels tellen, voordat ze naar het buitenland worden gesluisd. En niemand in het politieke systeem kon dit tegenhouden. En te midden van dit alles een steeds dronkener president Jeltsin, die in het Kremlin naar de muur zat te staren en tegen zijn lijfwacht zei: ʻZe beroven Rusland.ʼ

In Groot-Brittannië zijn de kwantitatieve versoepeling van na de crisis van 2008, en de extreme stijging van de aandelenkoersen en de prijzen van onroerend goed die dit met zich meebracht, even destructief gebleken voor het leven van miljoenen gewone mensen als de plundertocht van de oligarchen in het Rusland van de jaren negentig. Het soort vrijheid dat dit ʻTechnateʼ biedt is steevast zeer beperkt: mensen zijn slechts onderdelen van een systeem, vrij om te doen wat ze willen, maar louter binnen de enge logica van de ijzeren kooi van de pseudowetenschappelijke economie. Een wereld waarin zij mogen dansen, zij het in ketenen.

In deze tijd van economische chaos lijkt het noodzakelijk om opnieuw na te denken over wat zowel het Westen als Rusland de afgelopen vijftig jaar hebben doorgemaakt. Misschien was het noch het communisme, noch de vrije markt die heeft gefaald, maar het ʻTechnate.ʼ We moeten de pseudowetenschap van de economie, die politici in een wurggreep houdt, opruimen – en zowel het kapitalisme als het communisme opnieuw beoordelen op hun menselijke waarden en aspiraties. En daaruit kunnen dan misschien échte alternatieve visies op de toekomst voortkomen.

Vertaling: Menno Grootveld