(...) Een groepje gelijkgestemde vrienden dat te laat was om zich bij een demonstratie richting het Pentagon aan te sluiten, besloot toen maar op eigen houtje het verkeer op een kruispunt lam te leggen, nog onkundig van de massaal opgetrommelde politietroepen in de stad. Het groepje bestond uit een historicus, een docente aan de universiteit van Michigan, een Harvard- professor, taalkundige en filosoof Noam Chomsky, voormalig defensiemedewerker Daniel Ellsberg en historicus en activist Howard Zinn. (...)

(Door: Martin Smit, overgenomen van Rozenberg Quarterly foto van Howard Zinn.org)

In het voorjaar van 1971 bereikten in de Verenigde Staten de protesten tegen de oorlog in Vietnam een hoogtepunt. Ruim zestig procent van de Amerikanen was tegen de oorlog, Washington werd bijna wekelijks overspoeld door massale demonstraties. Zo’n duizend Vietnamveteranen gooiden hun medailles over het hek bij het Capitool. Tijdens een van de demonstraties legden zo’n twintigduizend deelnemers het verkeer in Washington plat.
Een groepje gelijkgestemde vrienden dat te laat was om zich bij een demonstratie richting het Pentagon aan te sluiten, besloot toen maar op eigen houtje het verkeer op een kruispunt lam te leggen, nog onkundig van de massaal opgetrommelde politietroepen in de stad. Het groepje bestond uit een historicus, een docente aan de universiteit van Michigan, een Harvard- professor, taalkundige en filosoof Noam Chomsky, voormalig defensiemedewerker Daniel Ellsberg en historicus en activist Howard Zinn. Onder een wolk van traangas moest het groepje al gauw een zijstraat invluchten, waar het zich hergroepeerde en opnieuw een kruispunt blokkeerde, om vervolgens nog eens te worden verdreven. Het kat en muisspel duurde nog de hele middag.

Daniel Ellsberg, Howard Zinn, Noam Chomsky, Cindy Fredericks, and Marilyn Young at Mayday protests, May 3, 1971

Levensmotto

Het was geen uitzondering dat historicus Howard Zinn, professor in de politieke wetenschappen aan de universiteit van Boston, deelnam aan een demonstratie. ‘You can’t be neutral on a moving train’, was zijn levensmotto. In de jaren zestig was hij deelnemer aan tientallen demonstraties tegen segregatie, zette hij studieprogramma’s op voor kansarme zwarte studenten, en was hij actief in de burgerrechtenbeweging. Op 24 augustus was het honderd jaar geleden dat hij werd geboren.
Met een niet aflatende stroom boeken, artikelen, lezingen, commentaren en interviews, gaf hij decennia lang zijn mening over historische onderwerpen, maatschappelijke kwesties als burgerrechten, militarisme en oorlog, maar ook over zaken als onderwijs, recht, maatschappelijke onvrede, terrorisme en racisme. Hij volgde de Amerikaanse binnen- en buitenlandse politiek nauwlettend en kritisch. Voortdurend ageerde hij tegen onrecht in de samenleving. Zinn omschreef zichzelf als ‘something of an anarchist, something of a socialist, maybe a democratic socialist.’

Zinn met collega’s, Engeland 1945

Bombardementen

Zinn werd in 1922 geboren als kind van uit Oost-Europa afkomstige Joodse emigranten, woonachtig in de sloppenwijken van Brooklyn. Zijn ouders hadden het niet breed, in de crisisjaren dreef zijn vader een kleine snoepwinkel. In zijn jeugdjaren kon de leeshonger van de jonge Zinn maar moeilijk worden gestild, totdat zijn ouders hem een goedkope editie van het complete werk van Charles Dickens cadeau deden. Niet veel later stortte hij zich wonderlijk genoeg op het werk van Karl Marx. Op zijn zeventiende nam hij deel aan een antifascistische demonstratie op Times Square, georganiseerd door de Communist Party. Toen hij een jaar of twintig was vervulde hij allerlei baantjes, volgde een cursus creatief schrijven en kreeg uiteindelijk werk op een scheepswerf in New York. Door in het leger te gaan meende Zinn het fascisme effectief te kunnen bestrijden. Als tweede luitenant bij de Amerikaanse luchtmacht, nam hij tijdens de Tweede Wereldoorlog deel aan bombardementsvluchten vanuit Engeland op Berlijn en Tsjecho-Slowakije.

Napalm

Tegen het einde van de oorlog maakte hij deel uit van de eenheid die voor het eerst in de geschiedenis napalm inzette. Het Amerikaanse leger experimenteerde in de nadagen van de oorlog al met napalm en bij wijze van proef werden terugtrekkende Duitse troepen in het Franse stadje Royan met napalm bestookt. Na de oorlog kreeg Zinn te horen dat bij deze aanval op Duitse eenheden ruim duizend burgers om het leven waren gekomen. Hij deed zijn oorlogsmedailles in een envelop, schreef er Never Again op en keek er nooit meer naar om.

Arrestatie van Zinn in Boston 1971

Na de oorlog bezocht hij Royan een aantal malen en deed er onderzoek naar de gevolgen van de bombardementen. Hij toonde aan dat deze strategisch van geen enkel nut waren geweest en dat de militaire autoriteiten hadden gelogen over het aantal burgerslachtoffers. De resultaten van zijn onderzoek publiceerde hij in The Politics of History (1970). Hierin bekritiseert hij scherp de geallieerde bombardementen op Dresden, Hamburg en Tokio tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarbij vooral burgerslachtoffers vielen, en het werpen van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Meerdere malen veroordeelde hij de nutteloze bombardementen van de VS op Bagdad tijdens de inval in Irak en de acties in Afghanistan waarbij honderden burgers het leven lieten, net als tijdens de Tweede Wereldoorlog door de VS vergoelijkt met termen als ‘collateral damage’ en ‘accidental’.

Burgerrechten

Na de oorlog ging Zinn geschiedenis en politicologie studeren. In 1958 werd hij hoofd van de geschiedenisfaculteit aan het Spelman College in Atlanta, een overwegend door zwarte vrouwen bezochte opleiding. De latere schrijfster Alice Walker was één van zijn leerlingen.
Hij raakte betrokken bij de strijd voor burgerrechten en sloot zich aan bij de Student Non-Violent Coordinating Committee (SNCC), een organisatie die een vooraanstaande rol speelde in de burgerrechtenbeweging. Hij schreef een aantal boeken over de achtergronden van de segregatie en over de SNCC, raakte echter door zijn steun aan de burgerrechtenbeweging in conflict met de leiding van Spelman en moest uiteindelijk zijn positie opgeven. In 2005 kreeg hij – eindelijk gerechtigheid – van Spelman College een eredoctoraat toegekend.

Howard Zinn en Noam Chomsky

Pentagon Papers

Na zijn aanstelling aan de universiteit van Boston raakte hij betrokken bij de antioorlogsbeweging. Zijn Vietnam: The Logic of Withdrawal (1967) was één van de eerste boeken waarin gepleit werd voor een onmiddellijke en onvoorwaardelijke terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Vietnam. Noam Chomsky noemt dit Zinns belangrijkste boek: ‘He was the first person to say – loudly, publicly, very persuasively – that this simply has to stop; we should get out, period, no conditions; we have no right to be there…’

Gedurende het Tet-offensief bracht Zinn een bezoek aan Hanoi en slaagde hij erin drie Amerikaanse krijgsgevangenen vrij te krijgen.
Toen de Amerikaanse regeringsambtenaar Daniel Ellsberg in 1970 geheime regeringsdocumenten over de inmenging in Vietnam openbaar wilde maken, belandde een eerste pakket documenten in Zinns brievenbus. Hij redigeerde de documenten tot de uitgave van het boek The Pentagon Papers. De openbaarmaking betekende een flinke knauw in de reputatie van president Nixon.

Amerikaanse geschiedenis

Zinn publiceerde tientallen boeken en honderden artikelen, onder meer in tijdschriften als The Nation, Commonwealth, The Progressive en Ramparts, over politiek, onderwijs, het Midden-Oosten, burgerrechten, ongelijkheid en vakbondsstrijd. Als zijn belangrijkste werk geldt A People’s History of the United States: 1492 – Present (1980). Daarin prikt hij de mythes door van de klassieke Amerikaanse helden en presenteert hij de geschiedenis van de werkelijke Amerikanen: de oorspronkelijke indianenbevolking, de Franse en Engelse immigranten in de zeventiende en achttiende eeuw en de Europese arbeidersimmigranten in de negentiendeeeuw. Zijn geschiedenis van de VS gaat niet over veldslagen, heldendom en presidenten, maar over strijd van de inheemse bevolking en arbeiders, strijd tegen armoede, verpaupering, crisis, militarisme en de macht van de staat, niet over de Pilgrimfathers, maar over boerenopstanden en vakbondsstrijd. In eerste instantie werd het boek uitgebracht in een oplage van vijfduizend exemplaren, maar inmiddels zijn er miljoenen exemplaren van verkocht. Het boek bracht een verschuiving teweeg in de wijze waarop tegen geschiedenis wordt aangekeken, in de manier waarop geschiedenis moet worden gepresenteerd en hoe het moet worden beoordeeld.

Geschiedenis is niet een opsomming van droge feiten die uit het hoofd geleerd dienen te worden, maar een aaneenschakeling van gebeurtenissen in het verleden, die doorwerken tot op de dag van vandaag. De actualiteit is onlosmakelijk gekoppeld aan het verleden, meende Zinn, en door het in die context te plaatsen, door lijnen uit het verleden naar het heden door tetrekken, helpt geschiedenis ons om een mening te kunnen vormen en ons handelen te kunnen bepalen. Het kreeg bovendien een vervolg in 2004 met Voices of a People’s History of the United States, een boek met artikelen, toespraken, poëzie, songteksten, essays en andere bijdragen van ‘gewone’ Amerikanen. Later verscheen opnieuw een vervolg: een dvd getiteld The People Speak, gewijd aan mensen die in opstand kwamen tegen onrecht en onrechtvaardigheid, met bijdragen van Zinn zelf, acteurs Matt Damon en Morgan Freeman, Eddie Vedder, Bruce Springsteen, Bob Dylan en anderen.

Toekomst

In 2008 vertelde hij over de leidraad van zijn denken: ‘We cannot create blueprint for future society now, but I think it is good to think about that. I think it is good to have in mind a goal.
It is constructive, it is helpful, it is healthy, to think about what future society might be like, because then it guides you somewhat what you are doing today, but only so long as these discussions about future society don’t become obstacles to working towards this future society.’

Het werk van Zinn ‘changed perspective and understanding for a whole generation,’ stelde Noam Chomsky na het overlijden van Zinn in 2017. ‘He opened up approaches to history that were novel and highly significant. Both by his actions, and his writings for fifty years, he played a powerful role in helping and in many ways inspiring the Civil rights movement and the anti-war movement.’

In 1988 nam Zinn afscheid van Boston University.
Zijn laatste college beëindigde hij een half uur eerder om bij een picket-line te kunnen zijn.
Hij nodigde zijn studenten uit mee te gaan. Een honderdtal deed dit.