In 2018 verscheen een Engelstalig boek onder de titel Make Rojava green again (Maak Rojava weer groen) met een voorwoord van Debbie Bookchin en illustraties van Matt Bonner. Het boek speelt in op de activiteiten van de Internationale commune van Rojava. Daarop volgde een Franse editie in 2019 door het Atelier de création libertaire (Lyon). De Franse libertaire jurist Pierre Bance, die zich al langer met de problematiek in Rojava bezighoudt, bespreekt de bovengenoemde tekst in het licht van het bestaan van de Internationale commune.

Uiteraard kan in dit geval niet uitblijven dat ook aan het verschijnsel libertair municipalisme (Bookchin) aandacht wordt geschonken. Dat speelt weer in op de door Johny Lenaerts en mij te entameren discussie over ‘communalisme’. Wat is de ‘organisationele omgeving’ waarin de problematiek van het communalisme opduikt? Dat is voor over een paar weken. Hieronder, met een vertaling (door thh) van de bespreking door Pierre Bance van het bovengenoemde boek, een voorproefje. [ThH]

‘Academie’

De Internationale commune is opgericht in 2017 om buitenlandse activisten die zich bij Rojava aansluiten te integreren. Het is een model van ecologische dorps- en landbouwsolidariteit. In dit perspectief wil het ook een ‘academie’ zijn om internationalisten en de bevolking van Rojava op te leiden ‘in milieubewustzijn en zorg voor het milieu’, en een laboratorium om ‘een ecologische samenleving op te bouwen’. Omdat er nu een gebrek is aan milieubewustzijn dat door de hele bevolking wordt gedeeld, lanceert zij een campagne die wordt beschreven in de brochure Make Rojava green again,en die wordt gesteund door de Democratische Federatie van Noord- en Oost-Syrië.

De zorgvuldig samengestelde en geïllustreerde brochure zou kunnen herinneren aan die waarmee de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken (USSR) de wereld overspoelde in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Maar daar eindigt de associatie. De Internationale commune van Rojava, ook al werkt zij samen met de politieke autoriteit, verbergt niets van de ecologische realiteit in Rojava en de tekortkomingen van het bestuur. Zij maakt een inventaris op, stelt voor en handelt.

Een ‘levend’ sociaal contract

Hoewel de Internationale commune deze kwestie niet vanuit een institutioneel perspectief benadert, maakt een herziening van het Sociaal Contract van de Democratische Federatie van Noord-Syrië het mogelijk om haar activistische werk beter te situeren in het werk van de sociale transformatie. Artikel 2 van het Sociaal Contract stelt dat de Federatie “gebaseerd is op een democratisch en ecologisch systeem en op de vrijheid van vrouwen”. Democratie is het “middel om een evenwicht te bereiken tussen economie en ecologie”, voegt artikel 57 toe. Zoals in veel buitenlandse grondwetten en internationale verdragen is in deze tekst het idee opgenomen dat “het leven en het ecologisch evenwicht beschermd moeten worden” omdat “iedereen het recht heeft om in een gezonde ecologische samenleving te leven” (artikelen 76 en 32).

Naast de principeverklaringen verplicht het Sociaal Contract de Federatie om de burger een leefbare omgeving te garanderen. Het stelt ook de ‘Raad voor het Sociaal Contract’ (de grondwettelijke rechter) in staat om wetten die niet voldoen aan de ecologische eisen te veroordelen en de rechtbanken om administratieve handelingen die van invloed zijn op het milieu te toetsen. Hun taak zou zeker gemakkelijker zijn geweest als de klimaatverandering, de bescherming van de biodiversiteit en de onderlinge afhankelijkheid van de verschillende parameters van een evenwichtig milieu, alsook het beginsel van progressiviteit om een omkering van de milieunormen te voorkomen, aan de orde waren geweest.

Een bedroevende omgeving

We hadden het daarbij kunnen laten. Want er ligt de erkenning dat ecologische zekerheid een fundamenteel recht is dat na verloop van tijd een integraal onderdeel van de mensenrechten zal worden. En er kan worden geconcludeerd dat het Sociaal Contract op dit punt in overeenstemming is met de internationale normen. Uit het boek van de Internationale commune blijkt echter dat men vergeet dat de Koerden, althans de meest gepolitiseerde, leerlingen zijn van Murray Bookchin en Abdullah Öcalan. Daarom moeten we buiten de tekst om redeneren om de filosofie ervan te begrijpen, namelijk (a) de filosofie van de sociale ecologie, (b) het libertaire municipalisme en (c) het democratische confederalisme. Op de lange termijn zullen zij niet tevreden zijn met een regulerende ecologie die de beste optie is. Evenmin zullen zij, zoals in de deep ecology het geval is, de verantwoordelijkheid voor ecologische wanorde toeschrijven aan de technologie zelf, in plaats van aan de economische en overheidsautoriteiten die deze gebruiken.

De sociale ecologie wordt nooit als zodanig genoemd in het Sociaal Contract, maar het is er wel degelijk met haar project van – in eigen behoeften – zelfvoorzienende en gefedereerde gemeenten. Er wordt niet alleen gezegd dat de vrijheid van ondernemerschap niet kan zegevieren over de bescherming van het milieu, maar er wordt ook een beroep gedaan op de mens, als meester van zijn eigen lot, om het verwoestende politieke en economische systeem te veranderen. Er is geen alternatief. De Democratische Federatie van Noord- en Oost-Syrië zal niet in de plaats komen van de ecologische waakzaamheid en de politieke transformatie-inspanningen van elk van haar niveaus: regio’s, kantons, districten en, aan de frontlinie, gemeenschappen. Haar rol moet beperkt blijven tot het opzetten van een coördinatie van de actie en de menselijke, materiële en financiële capaciteiten.

Wanneer geschreven is in artikel 9 van het Sociaal Contract: “Het middel om een democratische en ecologische samenleving op te bouwen die het milieu niet plundert of vernietigt, is het democratisch, ecologisch en sociaal leven”, dan moet worden begrepen dat het kapitalisme zal worden overwonnen door een participatieve ecologische revolutie. Toch maakt deze revolutie deel uit van een lang proces. De realiteit van het moment dwingt om met de kracht van de geglobaliseerde kapitalistische moderniteit om te gaan. Dit maakt dat het Sociaal Contract bijvoorbeeld investeringen in particuliere projecten toestaat “op voorwaarde dat deze projecten het ecologisch evenwicht respecteren” (artikel 42). Ook het eigendomsrecht is gewaarborgd “tenzij het in strijd is met het algemeen belang” (artikel 43). In dit eerste stadium wordt ecologie niet tegen het kapitalisme in gedacht, maar als een grens gesteld aan een kapitalisme dat de natuur en de menselijke gezondheid vernietigt.

De Internationalistische commune benadrukt de verantwoordelijkheden van het kapitalisme, maar legt uit dat zij daar niet alleen verantwoordelijk voor is. Het boek laat in detail zien hoe het beleid van de Syrische staat heeft bijgedragen aan de vernietiging van natuur en gezondheid door de overmatige koloniale exploitatie van de lokale rijkdommen. Evenmin mag worden vergeten dat de uitgevoerde vernietiging en sabotage van de zich terugtrekkende islamitische staat een factor is. Tot slot, de Koerden hebben zelf hun deel van de verantwoordelijkheden, zowel in het verleden als in het heden, meer dan dat ze zich zorgen maken over de problemen om onmiddellijk te overleven dan over die van de toekomst van de planeet. Wie zou het ze kwalijk nemen?

Van kritiek naar actie

De landbouw in Noord-Syrie is ecologisch beschadigd door de monocultuur van tarwe in de Cizîre regio, de olijventeelt in de Efrîn regio, die gepaard gaat met systematische ontbossing en bodemverarming. Naast dit Syrische erfgoed is er de van jaar tot jaar terugkerende droogte, die verband houdt met de klimaatverstoring die niet te compenseren is als gevolg van de ontoereikende beheersing van rivieren, waterputten en irrigatienetwerken die door de oorlog of het gebrek aan onderhoud zijn beschadigd. De droogte werd nog verergerd door het tegenhouden van water vanwege dammen in Turkije en de overheveling van Syrisch grondwater door Turken.

De reactie kon niet lang op zich laten wachten. Vanaf het begin van de revolutie ging de verdeling van het land van de Syrische staat dat onteigend werd voor coöperaties, voornamelijk tarwegrond, gepaard met de verplichting om de gewassen te diversifiëren, veehouderij en bomen te ontwikkelen om de biologische diversiteit te herstellen en bij te dragen tot de zelfvoorziening op voedselgebied. Het doel is een ecosysteem tot stand te brengen dat wordt gereguleerd door de diversiteit van productie en rationele exploitatiemethoden. Daarbij wordt soms gebruik gemaakt van voorouderlijke teelttechnieken, die het ook mogelijk maken om het gebruik van het land door de gemeenschap te herstellen. Voorbeelden van acties in deze richting zouden zich kunnen vermenigvuldigen, met name in landbouwcoöperaties en gemeentelijke parken en tuinen.

Het gaat hierbij onder meer om landbouwkwekerijen, die tot doel hebben de landbouwers, de stedelijke agronomen en de gewone burger voor hun tuinen te voorzien van een groot aantal planten, verschillende soorten fruitbomen (olijfbomen, granaatappels, perziken, wijnstokken), bos- en sierbomen, met name rozen, en diverse sierplanten. De Internationale commune heeft haar eigen kwekerij opgericht. In 2018 werden 2.000 bomen geplant en 50.000 programma’ s opgesteld om bij te dragen tot de herbebossing van veel gronden van de Commune zowel als andere terreinen in de Ciziaanse regio. Het ondersteunt in het bijzonder het ‘Comité voor het behoud van het Hayaka Natuurreservaat’ bij Dêrik, met het project om in vijf jaar tijd de oevers van het meer van Sefan met 50.000 bomen opnieuw te beplanten.

Het is duidelijk dat dit proces van transformatie naar een milieuvriendelijke landbouwproductie te maken heeft met economische, klimatologische, politieke weerstanden en zelfs weerstand tegen veranderende gewoonten. Tegen hun wil worden coöperaties of boeren nu nog gedwongen om chemische meststoffen te gebruiken om de productie te garanderen, omdat er een gebrek is aan gezonde producten die zijn aangepast aan de plaatselijke bodem en de droogte en die het land, de lucht en het water vervuilen. Om hier soelaas aan te bieden stelt de Internationale commune daarom verschillende natuurlijke processen voor om de bodem te verrijken.

Een werk zonder grenzen

Voor een ecologische landbouw moet een ecologische industrie overeenstemmen met het idee het milieu niet te vernietigen. Dat laatste wordt geassocieerd met het idee om de natuurlijke hulpbronnen niet te plunderen (artikelen 9 en 11 van het Sociaal Contract). Dit is geen gemakkelijke taak als het gaat om enkele miljoenen inwoners en de belangrijkste hulpbron van het land de olie is. Tegenwoordig dwingt het ontbreken van moderne raffinaderijen tot ambachtelijke raffinage wat vervuilend is en een gevaar voor de gezondheid oplevert. Rojava beschikt niet over de technische en financiële middelen om deze puinhoop in de nabije toekomst te verbeteren, maar later zal het recht zijn rol spelen in de opbouw van “een democratische en ecologische samenleving” (artikel 67). De wet zal haar dan de instrumenten leveren hoewel die nu al aangeeft: “acties die het sociale leven en het milieu schaden, worden beschouwd als misdrijven” (artikel 68).

De staat waarin de steden en dorpen verkeren laat te wensen over, zowel wat betreft hun esthetische uitstraling als hun sanitaire voorzieningen. Echter, in heel Noord-Syrië, hebben de gemeenten en de regio’s besloten dit aan te pakken door middel van verfraaiingsprojecten en het herstel van de vitale infrastructuur. De terugwinning en behandeling van afvalwater blijft een prioriteit voor de Internationale commune, evenals de inzameling van gevaarlijk afval in zowel stedelijke als landelijke gebieden.

Voor alle betrokkenen ligt de oplossing in de eerste plaats in het opleiden van de bevolking. Het begint al op school, waar de kinderen door een actieve instructie bewust worden gemaakt van de ecologische problemen, bijvoorbeeld door hen een tuin te laten aanleggen die geen eenvoudig stuk land zal zijn, maar een symbool van vrijheid en het verlangen om na het geweld van de oorlog weer aan opbouwen te beginnen.

Bij wijze van conclusie

Salvador Zana, voormalig lid van het Economisch Comité van het kanton Cizirre, merkt op dat “een van de meest gehoorde kritiekpunten in de raden voor democratische autonomie en die van de Democratische Federatie van Noord-Syrië het gebrek aan ecologische ontwikkeling is”, maar dat “de economie, ondanks revolutionaire beginselen en resoluties, nauwelijks vooruitgang heeft geboekt in de richting van een ecologische en duurzame ontwikkeling. De belangrijkste reden is de moeilijkheid om in de huidige omstandigheden van oorlog en embargo de industriële landbouw te verlaten”. De bezorgdheid over het milieu neemt echter toe in de samenleving. Het is bijvoorbeeld waarneembaar dat gemeentelijke en regionale milieudiensten maatregelen nemen om een rampzalige situatie te verhelpen. De Internationale commune van Rojava heeft dan ook nog veel werk voor de boeg om gebieden te verkennen. Daarvan is ze zich bewust.

Make Rojava green again maakt het mogelijk om de sleutelrol van de sociale economie en coöperaties in de opbouw van directe democratie in Noord-Syrië te begrijpen. De directe democratie en de proto-staatsinstellingen van het democratisch autonoom bestuur zouden in de verleiding kunnen komen om hun missie te vergeten, zo zijn ze geobsedeerd door het onmiddellijke waarborgen van de veiligheid en het dagelijks leven van de bevolking, en zo bezorgd zijn ze over de geopolitieke situatie omdat ze op elk moment een invasie door het Turkse leger of dat van Assad kunnen vrezen. Daarom roept de Internationale commune op tot internationale solidariteit, want “de wereld kan op vele manieren van Rojava leren, maar Rojava ook veel van de wereld”.

Pierre Bance

[Het artikel is integraal in het Franse te lezen; klik HIER. Vertaling uit het Frans door thh. Fotomateriaal overgenomen van Franstalige bespreking.]

------------------

Naschift globalinfo:

Op de website van de campagne Make Rojava green Again is het boek digitaal te verkrijgen. Liefst hebben ze natuurlijk dat je er ook wat voor betaalt, of anderszins doneert. Nog liever hebben ze dat je (ook) in actie komt...