'De bevrijdingsfilosoof’ is een gelaagd boek. Het gaat zowel over de in het Westen vrijwel onbekende Argentijns-Mexicaanse filosoof Enrique Dussel (1934) als over de intellectuele ontdekkingstocht door een Nederlandse filosoof naar het Latijns-Amerikaanse denken. Het resultaat is een essay in de ik-persoon geworden waarin Wil Heeffer heen en weer loopt tussen de geschiedenis van het westerse denken en het bevrijdingsfilosofisch denken van Enrique Dussel.

(Door Walter Lotens, oorspronkelijk verschenen op Uitpers.be)

Dat doet hij trouwens niet voor de eerste keer. Zijn eerste bezoek aan Cuba in 1996 was voor hem een openbaring. Achteraf ging hij wel vaker terug. Het leven op dat eiland heeft het nodige teweeg gebracht in Heeffers denken. In 2017 verscheen van hem de roman ‘Cubakoorts’ en in 2019 volgde ‘Van roofbouw naar opbouw’, een essay waarin hij op zoek ging naar de oorsprong en ontwikkeling van de Latijns-Amerikaanse filosofie. Het is in dat boek dat hij melding maakt van Enrique Dussel waaraan hij nu ‘De bevrijdingsfilosoof’ wijdt. ‘Het was verwondering die mij ertoe aanspoorde om me verder in zijn bevrijdingsfilosofie te verdiepen,’ schrijft hij.

Patas arriba

Wil Heeffer, in oorsprong een westerse denker, gevormd in en door de westerse filosofie, werd door die verregaande ontmoetingen met die andere wereld, ondersteboven gekeerd – patas arriba zoals de Uruguayaanse auteur Eduardo Galeano dat beschreef. Leren kijken en denken vanuit het Zuiden, dat is een ingrijpende ervaring waartoe weinige mensen komen. Dat perspectief wisselen werd onlangs nog geprobeerd door de Franse auteur Laurent Binet die in zijn roman ‘Beschavingen’ een literaire oefening deed om de wereld en haar geschiedenis op zijn kop te zetten. Hij volgde daarin de gedachtegang van de Franse historicus Jacques Attali die in zijn ‘1492’ de werkelijke proporties van de toenmalige wereld neerzette. Er woonden in 1492 hooguit driehonderd miljoen mensen op de wereld. Meer dan de helft ervan woonde in Azië, bijna een kwart op het Amerikaanse continent en een vijfde slechts in Europa. Dat zegt iets over de bescheiden demografische positie van het toenmalige Europa, maar, zo voegt de Franse historicus eraan toe ‘Het westerse Europa is toen een geopolitiek beginnen te bedrijven waarin ideologische, economische en politieke krachten een zodanige rol spelen dat ze de geschiedenis van de hele wereld bepaalt en zijn eigen versie aan anderen oplegt.’

1492, de zogenaamde ontdekking van Amerika door Colombus, is ook het uitgangspunt van Enrique Dussel. Die Europese invasie maakte volgens hem een einde aan het buen vivir, aan het harmonieus en geordend samenleven van de precolumbiaanse samenlevingen. De moderniteit begint volgens Dussel niet met de onttovering van de wereld door de wetenschap ten tijde van de verlichting, maar in het jaar 1492. Dussel wijkt daarmee niet alleen geografisch volledig af van het traditionele, westerse wereldbeeld – hij bekijkt het ondersteboven – maar ook van de filosofiecanon waarop zich het westerse denken baseert. Daarvoor hanteert hij in zijn werk het begrip ‘transmodern’ omdat het om een omslag in het denken gaat, om een dekolonisatie van het denken. Daarvoor pleit ook de Boliviaanse Aymara intellectueel Silvia Rivera Cusicanqui, die in dat verband ook het Andesbegrip ‘Pachakuti’ bovenhaalt: ‘Pachakuti betekent geen machtsovername, maar staat voor het ondergraven van de macht. Het is de wereld ondersteboven. Wat erin zit komt eruit en wat eruit is, komt erin. Het dekoloniseren van de macht gebeurt niet van buiten uit door de staat of politieke partijen. Het is een vernieuwingsproces dat plaats vindt in het eigen hoofd.’ (1) Het begrip Pachakuti geeft trouwens ook goed aan dat in het wereldbeeld van de Andesvolkeren – Quechua en Aymara – uitgegaan wordt van een cyclisch denken in tegenstelling tot het westerse lineaire denken. (2)

Bevrijdingsfilosofie

Transmodern, dat is de kern van de bevrijdingsfilosofie waarin het centrale woord ‘la vida’, de instandhouding van het leven is. Inzicht in de eigen leefsituatie is een voorwaarde om een einde te maken aan uitbuiting en plundering. Daarmee komt Dussel dicht in de buurt van het werk van de Braziliaan Paolo Freire, maar ook van een Ivan Illich die beiden in verband gebracht worden met de bevrijdingstheologie, die ontstond als een uitvloeisel van Vaticanum II en waaraan nog bekende namen zoals die van Dom Hélder Câmara, Óscar Romero, Camilo Torres, Gustavo Gutiérrez, José Comblin en nog zovele anderen, ook Nederlandse en Belgische priesters, verbonden zijn. Zij zochten op basis van christelijke uitgangspunten naar een antwoord op de vraag hoe een socialisme dat paste op de Latijns-Amerikaanse condition humaine te realiseren.

Wat is dan het verschil tussen die bevrijdingstheologen en de bevrijdingsfilosofie van Dussel? Volgens Dussel en Heeffer – soms is het niet zo duidelijk wie wat zegt – gaat het in het christelijk paradigma om armoede als deugd terwijl de bevrijdingsfilosofie armoede als kwaad ziet dat gezamenlijk moet bestreden worden om tot het goede te komen. Dat lijkt me maar een heel dunne en vaak niet vol te houden scheidingslijn tussen beide richtingen. Er zijn immers veel bevrijdingstheologen die zeer ver gegaan zijn in hun engagement, tot gewapend revolutionair verzet toe, waardoor zij naar mijn gevoel evenzeer rebelse denkers en doeners zijn geworden die met evenveel recht tot bevrijdingsfilosofen kunnen worden gerekend. Terloops gezegd: de titel van Heeffers boek ‘De bevrijdingsfilosoof’ wekt trouwens de indruk dat Enrique Dussel the only one van dat genre zou zijn: een onbepaald lidwoord had mijns inziens beter op zijn plaats geweest.

Marx en Levinas

Een van de meest waardevolle inzichten van Dussel lijkt me echter dat hij in zijn politieke filosofie zowel uitgaat van Marx als van Levinas en die twee als complementair ziet. Het is precies die benadering die men ook aantreft bij veel vertegenwoordigers van de bevrijdingstheologie. Dussel gaat een heel eind mee in de maatschappijkiek van Karl Marx en in zijn streven naar sociale rechtvaardigheid, maar verlaat zijn pad dat volgens hem te antropocentrisch is en kiest, zoals de precolombiaanse bevolking van Latijns-Amerika, resoluut voor een biocentrische relatie tot de aarde waarin la madre tierra, la Pachamama centraal staat. Niet het ego conquiro (ik verover en leg mijn wetten op) en ook niet het cogito ergo sum (Ik denk dus ik ben) van René Descartes stelt hij voorop maar ‘Yo soy porque tu eres (ik ben omdat jij bent) en daarmee komt hij dicht in de buurt van Emmanuel Levinas en zijn bezorgdheid om de ‘ander’. Rechtvaardigheid, barmhartigheid, respect, compassie en betrouwbaarheid komen niet voort uit ‘mijzelf’, maar dat ethisch appel wordt opgeroepen door de andere.
Emmanuel Levinas spreekt in dat verband over la petite bonté, de kleine goedheid naar de andere toe. Die kleine goedheid houdt echter een verregaand en duurzaam engagement in. Volgens de Nederlandse filosoof Hans Achterhuis kan die ‘bescheidenheid van de ethiek’ op twee niveaus werkzaam zijn. ‘Op het eerste niveau indirect als een permanente revolutie die steeds de maatschappelijke structuren kritisch ondervraagt en tracht te verbeteren zonder ooit de illusie te koesteren het ethisch goede absoluut te kunnen realiseren. Dat het structurele geweld blijvend is, hoeft niet te betekenen dat wij er niet naar zouden streven het zo miniem mogelijk te maken. Op het tweede niveau functioneert de kleine goedheid op directe wijze door in te gaan op het appel dat van het unieke gelaat van de ander uitgaat, door een reële daad van barmhartigheid tegenover de unieke ander. Op deze wijze kan het onvermijdelijke tekortschieten van de sociaaleconomische structuur worden gecompenseerd en hersteld.’(Achterhuis, 1998, p. 173).

Van Dussel naar de Zapatistas

Het denken van Dussel is geen steriele intellectuele oefening, maar vindt op verschillende plaatsen in de wereld, en niet alleen in Latijns-Amerika weerklank. Een belangrijk stuk van zijn politieke filosofie vindt zijn vertaling in het hic et nunc. Zijn oproep con todos para el bien de todos (met zijn allen voor het welzijn van allen) viel niet in dovenmansoren van de Zapatisten in het Mexicaanse Chiapas. De Zapatisten zeggen niet alleen governar obedeciendo (al gehoorzamend besturen) maar zij passen dat principe sinds 1994 toe in de dagdagelijkse praktijk van hun kleine samenleving. Dussel is in zijn filosofie een felle pleitbezorger voor een participatieve democratie waarin leiding geven een heel andere betekenis krijgt dan in de representatieve versie ervan. Daarmee brengt de nu 86-jarige Dussel een belangrijke boodschap die niet op een koude steen valt gezien de vele pogingen in heel de wereld om via burgerparticipatie van onderuit meer inhoud en diepgang te geven aan de westerse democratie.

Caminante, no hay camino

Heeffer verwijst in zijn boek niet toevallig naar het bekende gedicht van Antonio Machado:
Caminante, no hay camino, se hace camino al andar wat vrij vertaald neerkomt op ‘Een spoor, meer rest er niet uit wat je gaande baant’. In dit boek is de auteur, al zoekende en afstand nemend van de eigen westerse vorming, op weg om de denkwereld van een bevrijdingsfilosoof te leren kennen. Hij doet dat door heen en weer te lopen tussen zijn westerse achtergronden en de nieuwe denkhorizonten die zich dank zij Enrique Dussel voor hem openen. Verwijzingen naar filosofie, maar ook fragmenten van poëzie vergezellen hem, maar zijn grootste metgezel op zijn tocht is waarschijnlijk de verwondering en bewondering die hem van Dussel naar de Zapatisten, maar ook naar dat dappere Zweedse meisje Greta Thurnberg brengt.

Noten:

(1) Silvia Rivera Cusicanqui, Ch’ixinakax utxiwa, una reflexión sobre prácticas y discursos descolonizadaros, Buenos Aires, 2010, p. 5.
(2) In het Quechua is kuti of kutic verandering of revolutie. Pa betekent dubbel of twee en cha energie. Pacha is de ontmoeting van twee tegengestelde energieën die samen tijd én ruimte uitmaken. Tijd en ruimte, zoals ook toekomst en verleden, kunnen niet los gedacht worden van elkaar. Deze Pachakuti luidt ook het begin van een nieuw tijdperk in. Volgens de Andesvolkeren begon de laatste Pachakuti met de verovering van de Spanjaarden iets meer dan vijfhonderd jaar geleden. Ze staan nu voor een ‘verandering der tijden’, voor een nieuwe cyclus. (Zie daarover mijn boek ‘Pijnen van een Pachakuti, Bolivia onder Evo Morales, ASP, Brussel, 2012)

De bevrijdingsfilosoof, Het rebelse denken van Enrique Dussel
Wil Heeffer
ISVW Uitgevers, Leusden
2020
169 blz.
9789492538963