ImageDe antropolloog Niels Barmeyer heeft twee jaar onderzoek gedaan naar het zelfbestuur van de Zapatistas en daarover het boek Developing Zapatista Autonomy- Conflict and NGO Involvement in Rebel Chiapas geschreven.

Tientallen boeken zijn er door de jaren heen geschreven over de opstand van de Zapatistas die in 1994 vanuit het gebergzame Chiapas in het zuiden van Mexico wereldwijd de aandacht op zich wisten te vestigen en die nog altijd gezien worden als de voortrekkers van het anders-globalisme. Het merendeel van deze publicaties omschrijven het Zapatisme als een van de meest uitgedachte en hoopvolle revoluties die er de laatste decennia plaatsgevonden heeft. Activisten uit alle windstreken voelen zich aangetrokken door de indigena’s die met honderden tegelijktijd de wapens oppakten en die strijd van Zapata voor land en vrijheid nieuw leven in wisten te blazen. Slechts af en toe komt er een boek op de markt die genuanceerd over deze strijd weet te verhalen. Developing Zapatisma Autonomy is zo’n uitzondering en weet de geschiedenis en de huidige situatie van de Zapatistas van binnenuit te beschrijven en is dan ook een must read voor een ieder die meer wil begrijpen over het conflict in het afgelegen gebied in het corrupte Mexico.

De uit Duitsland afkomstige Niels Barmeyer - momenteel werkzaam als antropoloog voor een locale organisatie in Oaxaca, Mexico - bezocht het opstandige Chiapas voor het eerst in 1996 toen hij als vredesobservator actief was in enkele Zapatista gemeenschappen waar veel onrust heerste. Sindsdien heeft hij vele vakanties in het gebied doorgebracht en in 2003 keerde hij voor twee jaar terug als onderzoeker om zijn proefschrift aan de Zapatistas te wijden. Niet iedereen was hier even blij mee. Internationale activisten, die zich onder andere met waterprojecten bezighielden, wilden niet met hem samenwerken omdat antropologen over het algemeen gezien worden als ‘rovers van (traditionele) samenlevingsvormen’. Barmeyer had echter het geluk dat in het huis waar hij verbleef tijdens zijn onderzoeksperiode een indigena uit een Zapatista gemeenschap verbleef waar hij goed bevriend mee raakte. Deze stelde hem in de gelegenheid om de strijd van ‘binnenuit’ te beschrijven, tot aan de periode dat deze Zapatista de strijd de rug toe keerde en een leven prefereerde zoals de meeste internationale activisten in San Cristobal (deze stad vestigt het grotendeel van de NGO’s) die de verleiding van sex, drugs & rock ‘n’ roll niet kunnen weerstaan.

Developing Zapatista Autonomy omschrijft de strijd vanaf het allereerste begin. Over, door de gehele geschiedenis heen, stroom van studenten uit Mexico-stad die vanuit de jungle in Chiapas een revolutie wilden beginnen. De verklaring waarom Marcos en zijn kameraden het wel gelukt is om de indigena’s achter zit te krijgen, zit waarschijnlijk onder andere in het taalgebruik. Met oog voor de mythes en legendes, die samengeweven zijn in het dagelijkse leven in Chiapas, hebben ze hun plannen aan de bevolking gepresenteerd. Daarnaast zal ook vast en zeker het principe van op de juiste tijd op de juiste plaats zijn een rol gespeeld hebben.  Ook valt er te lezen dat via leningen van de Guatemalteekse bank  BANRURAL wapens aangeschaft zijn om de opstand te beginnen. En toen ze die op 1 januari 1994 in gebruik namen om grote delen van Chiapas over te nemen, sloten meer en meer gemeenschappen zich bij de strijd aan. Vele organisaties in Mexico verklaarden zich solidair met deze strijd omdat het in eerste instantie gericht was op het recht op land voor de indigena’s en tegen de ‘vrije markt’. De vele succesverhalen van het Zapatisme worden op een rijtje gezet, zoals het opzetten van autonoom onderwijs, gezondheidszorg en productie. Het meest interessant is echter dat ook de schaduwkanten uitgebreid en onverbloemd belicht worden.

Doordat de Zapatistas hun focus meer en meer op autonomie richten en minder op de landstrijd, zijn vele sympathiserende organisaties in Mexico afgehaakt. Ook zou de gewapende tak van de Zapatistas, de EZLN, te hierarchisch georganiseerd zijn en wordt het ze verweten veel te weinig binding en contact met de indigena’s in de dorpen te hebben. Leden van de EZLN vertrekken jarenlang de bergen in en hebben geen contact met hun familieleden. En het is vooral Marcos die de touwtjes stevig in handen heeft. De laatste jaren heeft hij zich uitgebreid beziggehouden met de strijd in Baskenland, de opstand in Atenco en stakende studenten in Mexico-stad. Volgens vele (ex) Zapatistas heeft hij meer oog voor problemen buiten Chiapas dan voor de indigena’s die nog altijd in een schrijnende armoede hun leven vorm moeten geven en die ook nog eens worden geconfronteerd met een hevige repressie van de overheid en paramilitairen.

Ook is door de jarenheen de binding met (linkse) politieke partijen in het slop geraakt. Eerst was het nog onder andere de PRD die de opstand actief ondersteunde. Marcos, die een monopoliepositie op woordvoerderschap lijkt te hebben, heeft openlijk alle vertrouwen in hun opgezegd. Enkele commandanten die belangrijke functies bekleed hebben tijdens de opstand in 1994 en nu belangrijke functies binnen de PRD verworven hebben, nemen hem dit niet in dank af. Aan de steun en sympathie van buitenlandse activisten lijkt echter geen einde te komen. Alle gemeenschappen zijn inmiddels gewend geraakt aan in het zwart geklede anarchisten, rokende hippies, die-hard punks en andere subgroepen die de roep om vrijheid en autonomie en de strijd van de indigena’s tegen het kapitalisme stevig omarmd hebben en die gewillig en gevolgzaam hun vakanties in een gemeenschap doorbrengen als vredesobservator.

De grootste fout die het EZLN gemaakt lijkt te hebben is volgens de onderzoeker het beleid om het ontvangen van enige overheidssteun te verbieden. Veel ex-Zapatistas zeggen de beweging verlaten te hebben vanwege de toenemende staatsrepressie en de armoede die het voor hun tot een uitzichtloze strijd maakt. Het ontvangen van overheidssubsidies is dan ook bijzonder aantrekkelijk voor de bevolking  en daarnaast voor de overheid een effectieve manier om verdeeldheid in gemeenschappen te creeren. Steeds meer gemeenschappen verklaren zich autonoom (wat inhoudt dat ze niet meer onder de vlag van de EZLN vallen) en sluiten zich aan bij de ARIC, een collectieve plattelands belangenvereniging. Dit stelt ze onder meer in de gelegenheid om overheidssteun aan te vragen.

Uitgebreid wordt er aandacht aan de samenwerking tussen de Zapatistas en NGO’s besteed. De EZLN mag dan wel niets van de regering willen ontvangen, dit neemt niet weg dat ze geheel afhankelijk zijn van de donaties van (buitenlandse) sympathiserende organisaties. Ook wordt er beschreven hoe geregeld geld van grote organisaties doorgesluisd wordt naar naar kleine groeperingen die de EZLN steunen in hun gewapende strijd. Naast succesverhalen van projecten die door NGO’s gesteund worden, valt er ook te lezen over de schaduwzijde van de samenwerking. NGO’s kiezen er vaak voor om locale mensen in dienst te nemen. De Zapatistas zijn collectief georganiseerd en is er geen sprake van grote inkomensverschillen. Nu enkele Zapatistas werkzaam zijn voor NGO’s is er wel sprake van inkomensverschil en het komt ook voor dat desbetreffende personen gebruik maken van hun positie om vooral hun familieleden te bevoorrechten.

Het EZLN heeft door de jaren heen de ogen en oren opengehouden voor de minder goede kanten van hun beweging en heeft van alles geprobeerd om verbeteringen aan te brengen. Dit maakt de opstand van de Zapatistas dan ook iets unieks en is het niet verwonderlijk dat het wereldwijd vele tienduizenden sympathisanten kent. Zoals Developing Zapatista Autonomy beschrijft is het niet makkelijk om de boel bij elkaar te houden omdat de regering steeds effectiever is me het zaaien van verdeeldheid binnen de beweging en paramilitairen vrij spel hebben om de Zapatistas met grof geweld aan te pakken. Het onderzoek van Barmeyer geeft op een begrijpelijke en overzichtelijke wijze aan hoe dit in het dagelijks leven werkt.

Een Mexicaanse antropologe wist het boek als volgt samen te vatten. ‘Barmeyer is een activist met het hart op de juist plaats en heeft het vast en zeker met goede intensies geschreven. Voor de Zapatistas kan het boek echter enkel negatief uitpakken. Allereerst is de informatie voor de Zapatistas niet toegankelijk omdat, een hoge uitzondering daargelaten, ze de Engelse taal niet machtig zijn. Het meest gevaarlijke is echter dat het informatie bevat die voor zowel de regering als paramilitairen zeer interessant is, zodat ze de opstand van de Zapatistas nog effectiever kunnen bestrijden met hun agressieve middelen. En daarom had dit boek dan ook nooit geschreven en gepubliceerd mogen worden’.

Nu het boek er eenmaal ligt is het de moeite waard om te lezen over de vele successen en tegenslagen die de Zapatistas kennen, hoe ze hier op geanticipeerd hebben, hun wereldwijde netwerk en hoe het Zapatisme ondanks die grote steun langzaam maar zeker in Chiapas aan kracht inboet.

-------------------

Developing Zapatista Autonomy - Conflict and NGO Involvement in Rebel Chiapas    
Niels Barmeyer, University of New Mexico Press / 2009
ISBN 978-0-8263-4584-4 / 282 bladzijdes


www.christiaanverweij.nl