In deze nieuwe rubriek over (protest)muziek heb ik als aftrap Nico van Apeldoorn (74 jaar) geïnterviewd. Hij is naast dichter, schrijver, uitgever, uitbater (hij was oprichter en eigenaar van café Ketje Exopotamië) toch vooral een activist. Hij is actief geweest als provo, en muziek en dichten heeft hij altijd ingezet om de maatschappij kritisch onder de loep te nemen. Onlangs verscheen er een nieuw boek van zijn hand Power Songs - Columns over historische protestsongs.[*]

(Verschenen in het jongste nummer van tijdschrift Buiten de orde. Links en clips toegevoegd door globalinfo.nl)

Je hebt heel wat in je leven gedaan. Maar het meest bekend ben je misschien wel geworden door het schrijven van de tekst ‘Je loog tegen mij’ waar Drukwerk in de jaren 80 een grote hit mee scoorde.

Dat is een bijzonder verhaal. Ik had een nummer geschreven voor de groep Door Mekaar met als titel ‘Terug van Troje’. En dat speelden zij meestal live als een soort punknummer. Voor de plaat hebben we het tot een smartlap omgetoverd. Dat vonden we wel grappig. In die tijd was het nog bijzonder om er tijdens een punkconcert ineens een smartlap tussendoor te gooien. In een zaal vol met springende, schreeuwende en bierdrinkende mensen was dat wel een feest. Iedereen ging dan uit z'n plaat. Nu is dat niet meer zo verbazingwekkend. Mensen mixen echt van alles door elkaar heen. Maar goed. Daarom hebben ze het nummer toen voor de plaat ook tot smartlap omgewerkt. In die tijd deelden we de repetitieruimte met een aantal groepen. Eén van die groepen was Drukwerk.

Blijkbaar hebben ze het nummer gehoord toen we dat aan het oefenen waren. Op een gegeven moment hadden we de tekst laten rondslingeren. En toen hebben ze dat nummer voor hun eerste lp opgenomen. Muzikaal was het te ingewikkeld voor ze. Het had namelijk meer dan drie akkoorden. Dus ze hebben het iets vereenvoudigd en het als smartlap opgenomen. En langzaam maar zeker werd het een nummer 1-hit. Het heeft toen tamelijk lang op de eerste plaats gestaan in de Top 40. Maar ik had het niet voor hen geschreven. In die tijd waren we zeer onafhankelijk en niet dom. Ze hebben ook niet geprobeerd om te zeggen dat het van hen was. Dat zou natuurlijk plagiaat zijn.

Maar toen het een tijdje in de hitparade stond, namen de heren van de platenmaatschappij EMI contact met mij en componist Kaspar Peterson op. Ze wilden met ons praten omdat we een uitgavecontract moesten tekenen, met als reden dat ze van alle songs die ze op plaat zetten ook de uitgaverechten wilden hebben. Maar zoals ik al zei: we waren niet dom. Ik wist dat uitgaverechten overdragen betekent: 33 procent van de auteursrechten afstaan. En ook nog eens de zeggenschap over wat er met het nummer gebeurt. Dan kunnen de heren van EMI er mee doen wat ze willen. We zijn wel met ze gaan praten. Ik zei ‘Laten we afspreken in het American Hotel op het Leidseplein, jullie betalen toch?’ Dus we zijn wat met ze gaan drinken. We moesten het uitgavecontract van ze tekenen, omdat het zo hoort en iedereen dat zou doen. Zo niet, dan konden ze het niet uitgeven. Op mijn verbaasde reactie ‘Het staat toch al in de hitparade?’ werd enkel gereageerd met: ‘Ja, ja.’ Toen was er ineens het probleem dat ze het niet konden pluggen (actief promoten van een single – redactie). Maar goed, het stond al op nummer één. Wat moest je dan nog pluggen? Vervolgens keken ze ons heel raar aan. ‘Maar dit kan helemaal niet’, zeiden ze.

Nou volgens ons kon het wel. En dus hebben wij tot op de dag van vandaag alle rechten over het nummer in eigen hand gehouden. Nou heeft de platenmaatschappij natuurlijk wel heel veel verdiend aan het verkopen van plaatjes en Drukwerk heeft heel veel verdiend omdat ze eerst ongeveer driehonderd gulden kregen per optreden en toen het een hit was kregen ze ineens vijfduizend gulden per optreden en waren ze ook bijna elke dag volgeboekt. Dus iedereen heeft er goed aan verdiend. Maar niet ten koste van ons. Wij hebben nog steeds de rechten. En het heeft jarenlang flink wat opgeleverd waarvan we vele leuke anarchistische projectjes hebben kunnen starten. En daar waren we zeer blij mee.

Wanneer kwam je er achter dat muziek ook een protest kan zijn?

Ik heb een lange geschiedenis van activisme. Zo was ik actief bij Provo. Daarvoor voor de Ban de Bom-beweging en dergelijke. In de jaren zestig dus. Met protestsongs ben ik min of meer opgevoed. Maar het meest belangrijke punt voor mij was de lp ‘We Shall Overcome’ van Pete Seeger uit 1963. Op die plaat kon je ontzettend goed horen hoe het kan werken. Het was ook precies het moment dat alles aan het veranderen was. The times they are a changin’, zeg maar. En je kon vooral goed horen hoe het werkte bij de belangrijkste strijd in die tijd, namelijk het racisme in de Verenigde Staten. Door ontzettend goede nummers te spelen kreeg hij de mensen mee. En zijn nummers waren als een soort pamflet van protest. Voor mij was dit bijzonder inspirerend. Maar nieuw was het natuurlijk niet. Ik kende al veel eerder geweldige protestnummers van bijvoorbeeld Bertolt Brecht.

Het onlangs verschenen boek Power Songs is een verzameling van jouw columns over historische protestsongs die je eerder voor Platenblad geschreven hebt. Je schrijft over protestsongs uit verschillende landen. Zo heb je onder andere in Italië gewoond. Gaat een muzikale zoektocht samen met een avontuurlijk bestaan?

Jazeker. Ik ben overigens veel in Italië geweest en ik heb er veel goede politieke vrienden, maar ik heb er niet gewoond hoor. Wel heb ik onder andere in België en Portugal gewoond. Nu je mij belt, verblijf ik daar ook. Maar ik heb vooral veel gereisd. Het is geweldig om overal te kijken wat er politiek gebeurt en iets van de sfeer mee te krijgen.

Zou je jezelf platenverzamelaar noemen?

Ach nee. Ik ken enkele echte muziekverzamelaars. Die zijn veel fanatieker dan ik. Ik heb wel heel veel platen gehad. Ze zijn nu weg. Op een gegeven moment was ik niet meer in de situatie om ze te draaien. En ze stonden daar maar in volle dozen niets te doen. Eigenlijk heb ik geen idee hoeveel ik er had. Sowieso heel veel. Om muziek voor onderweg te hebben had ik ze allemaal gedigitaliseerd. En op een gegeven moment heb ik ze allemaal van de hand gedaan. Een echte verzamelaar ben ik dus niet. Ik heb later weleens spijt gehad vanwege al die prachtige hoezen. Die zijn leuker dan cd-hoesjes. Helaas ben ik er nooit aan toegekomen die allemaal te digitaliseren. Tegenwoordig vind je op bijvoorbeeld YouTube of Spotify van alles terug. Dat is het prachtige van het internet. Aan de andere kant loop ik er ook steeds meer tegenaan dat ik bepaalde platen die ik vroeger bezat nergens op het internet terug kan vinden. Veel muziek verdwijnt in de vergetelheid. Dat vind ik best een beetje eng. Vroeger was het altijd in de platenzaak een geweldige zoektocht om tussen de lp’s te bladeren. De hoes was vaak een aanleiding om de plaat er tussenuit te trekken om te kijken wat het is. En met een goede installatie thuis klonk een lp natuurlijk veel mooier dan bijvoorbeeld een cd.

Op wat voor manier combineer je jouw muzikale zoektocht met je activisme?

Hier moet ik toch even over nadenken... Nou ja, in zoverre dat ik door aanwezig te zijn bij acties elke keer weer nieuwe muziek hoor. Vaak van onbekende mensen en groepen die ook nooit beroemd zullen worden, maar die wel ontzettend goed zijn of een paar goede nummers hebben gemaakt. En het is natuurlijk wel leuk om kennis te maken met nieuwe muziek door aan een actie deel te nemen of daarbij aanwezig te zijn. Zo hoorde ik vrij recent bijvoorbeeld Beans on Toast. Dat is een Engelse jongen met een begeleidingsband. Ik was bij een actie en iemand draaide dat. En dan vraag ik direct wat het is. Op Spotify zou het te vinden zijn. Zelf heb ik dat momenteel helaas niet. Als ik hier op een later tijdstip wel over beschik ga ik het zeker opzoeken, want het klonk echt waanzinnig goed. Het werkt ook weleens andersom. Dat ik bijvoorbeeld gevraagd word voor een optreden bij een actie, omdat ik songs of gedichten schrijf met een bepaalde inhoud.

Welke Nederlandse bands staan voor jou voor verzet tegen de gevestigde orde?

Allereerst The Ex natuurlijk. En dan vooral in de tijd dat Jos Sok nog onderdeel van ze uitmaakte. Sindsdien luister ik ook niet meer naar de band moet ik eerlijk zeggen. Daar wil ik niet mee zeggen dat ze niet meer goed zijn, want muzikaal staan ze nog altijd als een huis.

Naast The Ex vond ik Bots ook zeer goed.

En verschillende van die andere punkbands uit de jaren tachtig zoals Balthasar Gerards Kommando.

Verder schieten me even geen namen te binnen. In mijn boekje noem ik onder andere als Nederlandstalige bijdrage het nummer ‘Mayonaise’ van Neerlands Hoop in Bange Dagen. Een waanzinnig mooi nummer.

En als je naar tegenwoordige bands kijkt. Ken je bijvoorbeeld Hang Youth?

Nee. Hoe noem je ze? Oh, Hang Youth! Hun muziek heb ik nog niet gehoord, maar er stond een interview met de zanger in de Volkskrant. En toen had ik wel zoiets van: dit moet ik een keer gaan beluisteren. Het is er nog niet van gekomen. Dank je wel dat je me hier aan herinnert. Ik vond ook dat de zanger een leuke kijk op de dingen had. Onder andere door te stellen dat hij zijn anarchistische ideeën serieus meent, maar het niet serieus neemt. Daar houd ik wel van.

Hoe kunnen we muziek inzetten om het verzet tegen de gevestigde orde meer een vuist te geven?

Het eerste is dat je weg moet blijven van de gevestigde orde. Dus moet je ook wegblijven van al die grote platenmaatschappijen en de reguliere media. Door alles zelf uit te brengen lijkt het dat je minder bereik hebt; toch is dat niet altijd zo. En bovendien houd je zo je onafhankelijkheid en kun je doen wat je zelf wilt. Je ziet ook wel dat bepaalde beroemde artiesten begonnen zijn bij een platenmaatschappij en zich daar later van losgewerkt hebben. Prince heeft dat onder andere gedaan. Het zijn er wel meer. Muziek heeft een enorme impact op mensen en je kunt er heel veel invloed mee uitoefenen. Ik zal je een voorbeeld geven. Ik heb in 1983 als echte Amsterdammer het nummer ‘Hee Amsterdam’ geschreven. In die tijd werd Amsterdam in de media nogal negatief afgeschilderd. Het nummer draait eigenlijk om het volgende stukje tekst: ‘Vreemdelingen-junkies-rellen, ons maken ze ermee niet bang, Ze kunnen ons nog meer vertellen, 't hoort allemaal bij Amsterdam’.

Met andere woorden: als je een echte Amsterdammer bent, dan ga je niet over dat soort dingen zitten zeiken. Dit nummer heb ik heel bewust geschreven om die zin en boodschap te kunnen verwerken. Het is toen uitgevoerd door Theo Pieterse. We hebben het zelf uitgebracht op een EP’tje. Drukwerk wilde het ook weer graag uitvoeren. Waarschijnlijk dachten die: het komt weer van diezelfde jongens, hopelijk kunnen we er weer een hit mee scoren. En dat is aardig gelukt. Dat vond ik ook wel heel erg leuk om mee te maken. Want dan zat je in een café in de Klinkerbuurt met alleen maar echte Amsterdammers, waarvan een flink deel in die tijd op de Centrumpartij stemde. Een partij die wel degelijk een hekel had aan vreemdelingen. En dan werd dat nummer gespeeld op de jukebox of je was bij een optreden van Drukwerk en als dat nummer werd gespeeld stonden ze allemaal mee te zingen met: ‘Vreemdelingen-junkies-rellen, ons maken ze ermee niet bang, Ze kunnen ons nog meer vertellen, 't hoort allemaal bij Amsterdam’. Zo lukte het om heel veel mensen die eigenlijk anders over dat soort onderwerpen dachten die boodschap door hun strot te duwen. En door het zingen kwam het hun strot ook weer uit. Dat vond ik een aardig resultaat. Dit nummer is dus ook door EMI uitgebracht. Maar ik ben nog altijd heel blij dat we de veel mooiere versie van Theo Pieterse zelf hebben uitgebracht. Dat is natuurlijk heel leuk. Dus je kan best veel invloed uitoefenen. Het helpt een beetje. Tja, een beetje. Zolang we geen revolutie weten te veroorzaken blijven de werkelijke machtsverhoudingen onveranderd. Maar goed. Alle beetjes helpen. En nooit de hoop opgeven.

door Christiaan Verweij

Noten

[*] Voor meer informatie over het boek: powersongs.nl/

Toegift: vanaf 18:15 is Nico van Apeldoorn zelf te horen