In 2011 publiceerde Owen Jones, een jonge Britse journalist, het boek ‘Chavs: The Demonization of the Working Class’. Sinds kort is er een Nederlandse vertaling van het boek. ‘The New York Times’ zette ‘Chavs’ in het lijstje van de beste tien non-fictieboeken van 2011 en ‘The Guardian’ vondt het ‘een buitengewoon werk waar de woede van afspat’. Maar het is meer dan woede. Jones benoemt vlijmscherp de politieke, sociale en ideologische veranderingen sinds de opkomst van het neoliberalisme in de jaren tachtig. Zijn belangrijkste stelling is dat de neoliberale ideologie succesvol is geweest is in de ontkenning van de klassenmaatschappij. We zijn nu allemaal middenklasse. En als je het niet redt, werkloos raakt of in de armoede terecht komt, dan is het je eigen schuld. Je hebt gewoon niet goed genoeg je best gedaan.

(Bron: Leo de Kleijn's weblog)

De Vlaamse website ‘dewereldmorgen.be‘ publiceerde eind september een prima interview met Owen Jones. Ook links in Nederland kan het nodige opsteken van de analyse van Jones: “Het punt van linkse politiek is nu net dat er wél klasselijnen door de maatschappij lopen. Haal je dat er uit, dan is er geen links meer nodig. De mensen aan de top begrepen dat maar al te goed. Daarom veegden ze de realiteit van de werkende klasse gewoon weg. Links is overbodig geworden, dat hebben we niet meer nodig.”

Nederland is misschien wel het land in Europa waar de ideologie van de middenklasse het meest overheerst. De hardwerkende Nederlander van de PVV en de VVD is daarbij het prototype waar alles om draait. Zijn ‘vijand’ is niet de baas of de politiek die hem steeds verder duwt in de richting van een flexibele arbeidskracht, al dan niet ‘zelfstandig’, die elke dag weer zijn best moet doen om mee te blijven doen. De ‘vijand’ is de ‘niet-hardwerkende-nederlander’. De allochtoon of de ‘tokkie’ (chav) in de bijstand of de WAO. De tien procent lozers waarvoor hij niet alleen moet betalen, maar die ook nog eens een cultuur vertegenwoordigen die hem als vreemd, buitenissig en gevaarlijk aangepraat wordt.

Jones constateert dat “niet alleen bij rechts een snobistisch klassediscours bestaat”. “Dat heb je evengoed bij mensen die zich verder links en progressief noemen. Het hele anti-chavsdiscours is gewoon overal doorgedrongen, zo wijd verbreid en vooral zo aanvaardbaar geworden dat het niemand meer opviel als je iets negatiefs zei over chavs.”

Het succesvol ideologisch wegpoetsen van klassenverschillen en de klassenmaatschappij is naast het ingekankerde racisme (waar onze ombudsman het onlangs over had) de belangrijkste succesfactor voor de opkomst van extreem rechts, in Nederland de PVV. Op het eerste gezicht is het vreemd dat nota bene een afsplitsing van de VVD (de belangrijkste neoliberale partij) een oppositie tegen de heersende politieke en maatschappelijke elite kan organiseren die ook nog eens keer aanslaat. Maar de PVV sluit precies aan op de ideologie van de ontkenning van de klassentegenstellingen en draait die om, naar beneden (allochtonen en ander ‘opvreters’) en naar een niet klasse-bepaalde elite (‘de schijn-élite van de valse munters‘).

Wat me te binnenschoot bij het lezen is dat de situatie zoals Jones die beschrijft overeenkomsten vertoont met het boek van Friedrich Engels: “De toestand van de arbeidersklasse in Engeland”. Niet omdat Jones een dogmatische en conservatieve marxist zou zijn, maar puur om de observaties die hij doet.
“De meeste mensen werken nog steeds voor iemand anders om rond te komen. Of je nu vuilnisophaler bent of straatveger, in een fabriek werkt, leraar bent: dit is allemaal werkende klasse. Er is wel een verschuiving geweest van een industriële economie naar een diensteneconomie. Minder mensen werken aan een productielijn. Er werken veel minder mensen in de mijnen, de havendokken. Er is veel meer kans dat je nu in een supermarkt werkt. Dat zijn echter nog altijd mensen die ‘werken’ voor een loon.
Wat wel is veranderd, is de plaats waar ze werken en de arbeidsomstandigheden. Het is nog altijd vermoeiend, ‘backbreaking’ en vuil werk. Allemaal heel geestdodend ook, monotoon, met tijdelijke contracten, onzekere uren, nuluurcontracten, lage lonen, minder sociale rechten. Wij hebben hier inderdaad nu ook van die nuluurcontracten zoals in Duitsland, een heel leger, miljoenen.
Dit is een terugkeer naar het Victoriaanse tijdperk, de 19de  eeuw, toen dokwerkers ’s morgens vroeg naar de dokken gingen en met handopsteking werden aangeworven voor één dag. Die wisten nooit of ze de volgende dag nog werk zouden hebben, werkten in afschuwelijke omstandigheden. Een ongeval of ziekte was dan fataal.
Nu krijgen die nulurenwerkers een sms ’s morgens vroeg om naar dit of dat werk te gaan. Die hebben geen enkele zekerheid over hun werk, je weet niet hoeveel je die week gaat verdienen, zelfs niet eens hoeveel je precies voor die éne dag gaat betaald worden. Gewoon een vreselijk bestaan. Dit toont genoeg wat neoliberalisme heeft aangericht. Werkende mensen worden terug als vee behandeld, zonder rechten, zonder enige vastheid.”

Wat is de boodschap van Owen Jones voor links? Eigenlijk gaat het vooral om het opnieuw neerzetten van de klassentegenstellingen in de maatschappij. Daar is alle reden voor en zijn feitelijk ook alle mogelijkheden voor. Het falen van de geprivatiseerde neoliberale economie, de bonusgraaiers en de zakkenvullers, is zo ostentatief dat het feitelijk een bloody shame is dat links dat falen tot nu toe niet heeft weten of durven aan te grijpen om weer een eigen perspectief neer te zetten voor de belangrijkste problemen van deze tijd.

“Dat is wat links moet doen, de politieke agenda terug naar links verschuiven. In feite moeten we van hen leren, van hoe de rechtse krachten dit zo lang hebben gedaan.”

Hier nog een bespreking van het boek van Owens.