Un autre Monde, de film die nu in heel het land in filmhuizen draait, is de derde en laatste in een serie van Stéphane Brizé over modern kapitalisme. De film is tegelijkertijd een familiedrama en maakt zonder spektakel duidelijk hoe die twee met elkaar te maken hebben.

In alle drie films is er een hoofdrol voor Vincent Lindon. Als je de drie films naast elkaar legt, zie je zijn rollen wisselen. In de eerste film is hij een een onwillige medewerker bij een concern, dan vakbondsleider, en in de derde manager.

De eerste van het drieluik "La Loi du Marché" uit 2015 zet de toon. Lindon is daarin een werkloze die klem zit in een systeem waar je met 500 per maand moet zien te overleven en dan maar omscholing en een baan als beveiliger in een troosteloze supermarkt accepteert. Maar zijn baan blijkt helemaal niet te bestaan uit het voorkomen van winkeldiefstal; hij wordt door de bedrijfsleiding  verzocht zijn collega’s te bespioneren zodat ze ontslagen kunnen worden als ze dat zo uitkomt. Ook in deze film gaat het om de wisselwerking met het gezinsleven van de hoofdpersoon, en hoe ze omgaan met de druk die er op ze uitgeoefend wordt. En evenzeer toon is dat hier geen pamfletterige slachtoffer of activist tentoon wordt gesteld, maar toch een ‘held’ die moet kiezen tussen zijn eigen geluk/portemonnee en de boel verraden, of toch de zaak van zijn collega’s.

De tweede, En Guerre (Ten Oorlog, uit 2018) is de boel aan het escaleren en speelt Lindon een arbeider en vakbondsactivist. De directie van hun bedrijf heeft besloten dat de boel gesloten wordt, lees verplaatst naar een land met lagere lonen en iedereen ontslagen wordt. Wat volgt is een minutieus verbeeld verhaal van wat een arbeider dan nog kan doen, en welke krachten er op hen losgelaten worden. Veel militante beelden van vergaderingen en grimmige protesten, deels van toen in Frankrijk daadwerkelijk spelende demonstraties. Een deel van de cast bestond uit arbeiders van de Métal Aquitaine-fabriek in Fumel, die in het echt zélf met sluiting bedreigd werd.

En nu is er dus het slotstuk van de serie, Un Autre Monde. Een andere Wereld, een referentie naar de globaliseringsbeweging van begin 2000, zoals ook vaak het motto van zijn films, zoals "Wie vecht kan het gevecht soms verliezen. Wie niet vecht is bij voorbaat verloren".

We zien wederom hetzelfde fenomeen, namelijk dat een multinational met zijn arbeiders solt en dat die voor de keuze staan om met beperkte middelen te reageren. Maar deze keer hoort de hoofdrolspeler bij de andere kant, al staat hij daar niet helemaal aan het hoofd. Lindon is in deze film manager van een fabriek, die is opgekocht door een Amerikaanse multinational en onderdeel uitmaakt van talloze andere vergelijkbare fabrieken. En bij dat hoofdkantoor, of hedgefonds, ergens in de VS, eisen ze constante bezuinigingen, vooral door personeel te ontslaan, ondanks dat er winst gemaakt wordt. Lindon moet dat verhaal gaan vertellen aan het personeel waar hij al jaren goed mee samenwerkt. Hij is het niet eens met de maatregel, maar als hij die niet uit zou voeren, gaat hij zelf de laan uit. Zie daar het dilemma. Ondertussen wil zijn vrouw, de magistrale Sandrine Kiberlain, niet langer met hem verder (hij werkt alleen maar, voor dat verdomde bedrijf, ze ziet hem nooit) en hun zoon wordt opgenomen op de gesloten inrichting, waar de vader dan heen gaat om eindelijk eens een balletje te trappen.

Verwacht geen groots spektakel, zoals bij En Guerre. Wat langzaam uitgevouwen wordt, is het spel binnen zo’n concern, waar iedereen tegen elkaar uitgespeeld wordt door het cynische topmanagement dat zelf nooit een arbeider van dichtbij ziet. IJskoud snijden is het devies, zo wordt je rijk en zo blijf je boven in de krabbenmand, want de anderen doen het ook. De arbeiders zelf komen deze keer nauwelijks in beeld, maar hebben wel een cruciale rol omdat ze weigeren weg te gaan en ‘hun’ manager dwingen om te kiezen.

Ook deze derde film is in een soort documentaire stijl gefilmd, en met deels niet-professionele spelers. Het lijkt op de werkwijze van Mike Leigh. Een zorgvuldige en toch voortdurend spannende ontrafeling van de wereld waarin we zelf leven, en vooral; moeten werken.

Stéphane Brizé eindigt niet met een pamflettistische oproep tot verzet, maar wel met de conclusie dat je uiteindelijk beter kunt kiezen voor je collega’s en je gezin, dan altijd maar mee te gaan met de bazen van het circus. Wat er daarna komt, is onduidelijk maar daar gaan vast volgende producties van  Brizé over.