Neem 200 ratten, een hoeveelheid genetisch gemanipuleerd maïs en een mespuntje onkruidverdelger (Roundup). Voer die ratten daarmee. Volg twee jaar lang wat er met die ratten gebeurt. Op enig moment in 2012 zijn foto’s van ratten met tumoren de hele wereld overgaan. Zij verschenen in vele dag- en weekbladen, zodat iedereen het resultaat van nuttigen van voedsel, geproduceerd met genetisch gemanipuleerde en met onkruidverdelgers behandelde grondstoffen, kon aanschouwen. De affaire Séralini was geboren.

(Oorspronkelijk verschenen op Libertaire Orde)

Gilles-Eric Séralini, een Franse bioloog van de universiteit te Caen (Frankrijk) en zijn onderzoeksgroep beleefden een succes met hun onderzoek naar de gezondheidseffecten van genetisch gemanipuleerd voedsel. Het zaaide groot wantrouwen met betrekking tot genetisch gemanipuleerd organisme (GGO), een ggo-maïs. Dat had voorlopig afgedaan.

Natuurlijk verscheen er veel oppositie van collega’s van Séralini. Aan het onderzoek mankeerde van alles, betoogden zij. Toch trok het tijdschrift waarin het onderzoek was gepubliceerd het artikel niet terug. Het Franse dagblad Le Monde van 18 oktober 2013 wijst hierop, want het wilde eens nagaan wat er van alle kritiek op Séralini is overgebleven. Wel, het blijkt dat er nu van onafhankelijke zijde eens goed naar, ondermeer, ggo-maïs gekeken wordt. Ook zijn de termijnen van reglementaire testen sinds de publicatie van Séralini verlengd (van 17 dagen naar 90 dagen). De Europese veiligheidsinstantie voor voedingsmiddelen heeft kortgeleden vervolgens een advies uitgebracht dat toxicologische onderzoeken door de industrie ondernomen, voortaan toegankelijk moeten zijn voor controle. Séralini heeft dus voor een doorbraak gezorgd in de verhouding tussen tegen- en voorstanders van GGO.

Barbarij

De boven beschreven geschiedenis past binnen het aandachtsveld van de Belgische hoogleraar wetenschapsfilosofie, Isabelle Stengers. Zij studeerde eerste enkele jaren chemie, waarna zij er achter kwam dat het niets voor haar was. Als wetenschapper moet je namelijk de grote vraagstukken, die twijfel in het spel brengen, negeren. Twijfel, zegt ze in een interview van een paar jaar terug in Siné Hebdo (nº 41, 17 juni 2009), is in de wetenschap bijna net zo’n zonde als onder het stalinisme.

Het interview indertijd viel samen met haar toen net uitgekomen boek, getiteld Au temps des catastrophes, Résister à la barbarie qui vient (In tijden van catastrofes, Verzet je tegen de barbarij die komt). Het boek is nu opnieuw uitgegeven, wat een goede gelegenheid is om er aandacht aan te besteden, want waar zij toen met Siné Hebdo over sprak, houdt haar nog steeds bezig.

Een van haar strijdpunten is het genetisch manipuleren van organismen. Het probleem dat zij binnen het wetenschappelijk onderzoek naar de effecten aan de orde stelt, heeft een algemene inhoud: welke onderzoekers werken waaraan en voor wie? Als de industrie betaalt – en veel onderzoeksopdrachten komen uit die hoek – dan zal de vraag waaraan men ter oplossing werkt, opkomen vanuit de mogelijke winstverwachting die de industrie heeft. Het type onderzoek is dus vooral daarop gericht en heeft daardoor een beperkte reikwijdte. Het onderzoek zal ook sterk resultaatsgericht zijn. Onderzoekers zullen zich aldus industriegezind opstellen en nalaten in de sfeer van de ‘contra-expertise’ te werken: het schaadt hun aanzien en verkleint de mogelijkheden om onderzoeksgelden te verwerven, zo vat ik Stengers samen.

Het soort inzet dat zij ten toon spreidt, werkt provocerend, dat weet zij ook wel. Maar dat vindt zij een onderdeel van haar werk, irritatie opwekken. Wat zij bijvoorbeeld heeft opgemerkt in het geval van het project ‘genetisch gemanipuleerd voedsel’ is dat de tegenstanders ervan de wetenschappelijke experts als leuteraars hebben ontmaskerd. De burgers hebben begrepen en vervolgens aangetoond, dat die experts niet weten waarover zij het hebben. En dat geldt op meer terreinen: de gaswinning in Groningen zou niet tot verzakking leiden; toch worden er inmiddels grote aardschokken geregistreerd en in dit jaar zelfs een recordaantal (Eigen huis magazine oktober 2013). Het opnieuw injecteren van gas onder de zeebodem voor de Spaanse kust zou probleemloos zijn, maar ook daar gaat dat fout (Le Monde van 4 oktober 2013). Dat laatste is een leuk vooruitzicht voor de plekken in Nederland waar aan ondergrondse opslag van CO2 wordt gedacht…

Catastrofe New Orleans

Een van de doelen van het boek In tijden van catastrofes is mensen voorzien van argumentaties in het overdenken van hun verzet en het doorzien van de argumentaties van hun tegenpool. Voor mij is het de vraag of haar dat met dit boek gelukt is. Het uitgangspunt is echter duidelijk. Ze zegt dat zij zich richt tot hen die in onzekerheid leven en die willen strijden en zich verzetten tegen uitbuiting, oorlogen, als maar toenemende sociale ongelijkheid, of wel tegen barbarij. Met deze positiekeuze heb ik geen moeite en ook niet met het voorbeeld dat ze gebruikt om te laten zien waarom het in die strijd en het verzet gaat.

Katrina1

Na de orkaan

Dat voorbeeld verwijst naar de catastrofe van New Orleans, de Amerikaanse stad die in 2005 getroffen werd door de orkaan Katrina. Vele rijken hadden New Orleans al voortijdig kunnen verlaten en of konden anderszins worden geholpen en dat weer sneller dan de minderbedeelde bevolking. De rampspoed overviel vooral de armen en de meeste (dodelijke) slachtoffers vielen dan ook onder hen. De zwarte bevolking maakte weer het grootste deel uit van de arme bevolking. Zij leefde in de laagst gelegen gebieden van de stad, waarvan de dijken tientallen jaren achterstallig onderhoud kenden. Ook hier weer de ‘barbarij’ waartegen Stengers – met zo velen anderen – zich verzet. Dit is een politiek, antikapitalistisch georiënteerd verzet.

Wat mij in een dergelijk betoog niet aanstaat, is als men de klimaatsdiscussie er bij haalt. In een dergelijk geval wordt dan geopperd dat daardoor in de loop van de tijd de orkaankracht groter zal zijn dan voorheen en de rampspoed eveneens. Dat is misschien wel zo, maar het betreft een discussie die over mij heen gaat. Om te illustreren wat ik bedoel, wijs ik op het voorbeeld van de bouw van de Spaanse Armada eind zestiende eeuw.

Kijk, uitgelegd kan worden dat oorlogvoering geleid heeft tot Sahara–vorming in Spanje. De bedoelde oorlogvoering betreft een zeeoorlog tussen Spanje en Engeland. Spanje zette daarbij veel oorlogsschepen in, de Armada, die wel eerst gebouwd moest worden. Veel van het hout kwam uit het binnenland van Spanje. Die houtkap leidde tot ontbossing, wat weer verzanding van het grondgebied meebracht. Pure barbarij dus. Geen plaats voor hocus pocus.

Gaïa

Maar wat doet Stengers nu? Op enig moment introduceert zij Gaïa in haar betoog. Gaïa is in de Griekse mythologie de naam van de oermoeder Aarde. Zij wordt ook wel de godin van de natuur genoemd. In de jaren 1970 heeft de Engelse scheikundige James Lovelock furore gemaakt met zijn Gaïa-hypothese: de aarde functioneert als een soort van superorganisme. Isabelle Stengers pakt dit weer op. Niet om in het spoor van Lovelock te gaan lopen, neen in tegendeel. Maar ze wil wel van de bekendheid ervan gebruikmaken, om daarmee aandacht te krijgen. Wel, bij mij werkt dat niet.

Wat niet bij mij aanslaat, is dat – begrijp ik het goed – de natuur wordt gepersonifieerd. In het opdoen van inzicht is het voor mij voldoende te ‘zien’, dat een kapitalistische wijze van productie alleen zijn gewenste doel bereikt (winst opleveren) door de vernietiging die het aanricht niet als kosten te behoeven te berekenen. Die kosten worden als ‘sociale kosten’ op de maatschappij als geheel afgewenteld. Daarom wordt ook gezegd dat de kapitalistische productie wijze op roof is gevestigd.

Roof in krijtstreep pakken gehuld, roof door de ‘schurken zonder grenzen’. Daarom staat het kapitalisme gelijk aan barbarij. En je hoeft niet eens naar voorbeelden te zoeken. Je krijgt ze zo in de schoot geworpen. Kortgeleden opende ik de discussiesite Joop.nl en de titel van de opinie van Hans Wetzels springt in het oog: ‘Monsanto en de banaliteit van het kwaad’.

OGM

De experts bijten niet in de hand die hen voedt.

Hij spreekt over de enorme invloed die grote multinationals op de voedselketens hebben. Monsanto (en andere chemische concerns als BASF en Syngenta) is niet de boordoener omdat die voedsel genetisch manipuleert, maar omdat die teveel macht heeft binnen het voedselsysteem. Genetisch gemanipuleerde gewassen maakt het mogelijk langs allerlei wegen veel geld te verdienen. Maar, zegt Wetzels, ‘toenemend chemicaliëngebruik, monopolisering van de zadenmarkt en stijgende zadenprijzen als gevolg van de patenten die de chemiereuzen op de door hen ontwikkelde zaadvariëteiten aanvroegen, maakt dat het initiële enthousiasme ondertussen flink is afgenomen’. Maar ook hier weer: alles wat het maken van winst in de weg staat moet worden vernietigd. Wie daar een fotoreportage over wil zien, kan terecht op YouTube (zie Aantekening).

Zo kan ook een wapenproducent (en de aandeelhouders van de firma) met een onschuldig gezicht zeggen dat hij alleen maar hoogwaardig, technologisch gereedschap maakt. Wat anderen er vervolgens mee doen, is hun verantwoordelijkheid. Ook hier weer een kern van de barbarij. Ik heb Gaïa dus helemaal niet nodig. Het maakt het betoog allen maar ‘duister’. En ik ben kennelijk niet de enige die dat opmerkt.

Op dit zelfde punt aanbeland, gebruikt de academisch gevormde Franse recensent Yves Citton het Franse woord ‘grimoire’. Dat woord verwijst ondermeer naar ‘duister, onbegrijpelijk, onleesbaar boek’, naar ‘duistere taal’. En Citton is van goede wil. Hij ontleent, ondanks alles, zelfs een soort handboek voor verzet tegen barbarij aan de tekst van Stengers, die hij in acht punten samenvat.

Een andere recensent, een oud-docent economie van een van de Parijse universiteiten, François Chesnais, wijst erop dat het boek weinig reactie heeft ontlokt, wat hij jammer vindt. Hij legt uit dat Stengers niet begrepen moet worden als de theoretica van de catastrofe, maar van de strijd tegen de nieuwe omvang van de barbarij. Dit maakt hij vervolgens duidelijk aan de hand van een uitleg omtrent hetgeen Stengers bedoeld heeft met haar boek.

Vinger

Isabelle Stengers op de rug gezien.

Participatieve oefening: een verzetsvergelijking.

Ik vind het jammer dat Stengers in de heruitgave van het boek uit 2009 niet in een nawoord op dit soort constructieve kritiek is ingegaan. Na zoveel jaren zal er toch ook bij haar wel sprake zijn van voortschrijdend inzicht, zonder dat het patroon van de strijd waarom het gaat – uitzuiveren van de bedreigers en bedriegers ‘Grootondernemer’, ‘Aandeelhouder’, ‘Staat’ en ondersteunen van de uitgebuitenen, de onderdrukten, de antikapitalistische militanten – geweld aan te doen. Het betreft een strijd tegen een ‘mondiaal New Orleans’, zoals zij het noemt. En dat had best een nawoord in de heruitgave verdiend.

Thom Holterman

STENGERS, Isabelle, Au temps des catastrophes, Résister à la barbarie qui vient, Éditions La Découverte, Paris, 2013, (herdruk 2009), 142 blz., prijs 8,50 euro.

Aantekening

De twee door mij genoemde besprekingen zijn op Internet te lezen. Voor Yves Citton, ‘La pharmacie d’Isabelle Stengers: politiques de l’expérimentation collective’, klik HIER. Voor François Chesnais, ‘‘Socialisme ou barbarie’: les nouvelles dimensions d’une alternative’, klik HIER.

De opinie van Hans Wetzels is te raadplegen op Joop.nl; klik HIER. In de bedoelde discussie verschafte Hans Groen wat foto’s uit Argentinië over de effecten van de ‘Monsanto polity’; de titel van de reportage luidt ‘Potential effects of agrochemicals in Argentina’; klik HIER.

[Cartoons ontleend aan Siné Hebdo nº 41, 17 juni 2009]